Frisse noas

»No’t ik âlder wurd, haw ik dat naïve somtiden noch. Ik dreamde ris dat myn skoansuster en skoandochter hjir op it plat dak efter hûs mei elkoar stiene te praten. Beide rûnen se op alle dagen. Dogge se elk ûnder it praten in rits yn ‘e bûk iepen en helje se de lytse poppe eefkes nei bûten foar in frisse noas. ‘Dat is goed foar it bern, of wistesto dat net.’«

Aggie van der Meer, interview LC, 29-12-2017

 

Diepe groeven in zijn gelaat

Ik droomde dat ik met mijn vader op de vlucht was voor een horde Hunnen.
We liepen en liepen door de toendra en kregen verschrikkelijke dorst.
In de verte zag ik een boom omvallen en ik zei tegen mijn vader: dat is een teken!
Zou kunnen, antwoordde hij met kalme stem.
Mijn vader was een Indiaan, zag ik.
Gebruind en tanig, met diepe groeven in zijn gelaat.

lees het hele verhaaltje hier:

http://www.freeshortreads.nl/2-als-je-graaft-vind-je-altijd-wel-een-wandelstok/

 

Overzicht

»In VS dromen ze veel vaker over naaktlopen dan in Japan«

Dromen
In alle culturen over de hele wereld dromen mensen, over kunnen vliegen en weer examen doen. Maar naakt rondlopen onder geklede mensen doen Amerikanen in hun droom vaker dan Japanners.

Een man slaapt in de metro van Tokio. Een op acht Japanse mannen droomt wel eens naakt te zijn temidden van geklede mensen, tegen bijna een op de twee Amerikaanse mannen.
Todor Tsvetkov

Iedereen droomt. En iedereen droomt anders. Want individuele belevenissen overdag verschillen en de ‘dagresten’ die hersencellen ’s nachts nogal chaotisch reproduceren dus ook. Even verschillend zijn de jeugdherinneringen en traumatische ervaringen die terugkeren in onze dromen. Maar er zijn bepaalde dromen die iedereen wel eens heeft gehad. Overal ter wereld, zo blijkt.

Verschillen dromen van cultuur tot cultuur? Jazeker, maar de verschillen worden beperkt door de neurologische processen van droomproductie, en die zijn universeel. Overeenkomsten en verschillen laten zich illustreren aan de hand van zogenoemde ‘typische dromen’.

Binnen de enorme bandbreedte van unieke, hoogst persoonlijke dromen zijn er, zo stelde Sigmund Freud al vast in zijn boek Traumdeutung (1900), regelmatig terugkerende thema’s waarover veel mensen dromen en die voor hen min of meer dezelfde betekenis hebben. Bijvoorbeeld: dromen dat je vliegt of zweeft, dat je examen doet of op een andere manier op de proef wordt gesteld, dat je naakt ben te midden van geheel geklede mensen. Freud noemde dit ‘typische dromen’.

Typische dromen onderscheiden zich van andere doordat ze regelmatig terugkeren. Ook worden ze, anders dan de snel verwaaiende ‘dagresten’, onthouden na het wakker worden.

Slaaplaboratoria
Het droomonderzoek heeft na de ontdekking van de REM-slaap door Aserinsky en Kleitman in 1953 een enorme vlucht genomen. Het gebeurt onder meer in zogenoemde ‘slaaplaboratoria’ waar met elektroden de hersenactiviteit tijdens de slaap kan worden gemeten. Deelnemers kunnen worden gewekt als ‘de wijzers uitslaan’ en ze kennelijk dromen. Die laboratoria staan hoofdzakelijk in westerse universiteitssteden en de deelnemers aan slaapexperimenten zijn vaak westerse studenten. Er bestaan intussen enorme droombestanden, zoals de site dreambank.net, een database met vooral dromen die zijn gerapporteerd door Amerikanen en Europeanen.

Niet-westerse droomverhalen zijn bijna uitsluitend opgetekend door antropologen. De eerste antropologische droomonderzoeker, Charles Gabriel Seligman (1873-1940), was een enthousiaste volgeling van Freud. Hij verzamelde droomverhalen uit Sri Lanka, Melanesië en Soedan met hulp van koloniale ambtenaren, zendelingen en missionarissen. Die dromen onderwierp hij vervolgens aan psychoanalyse. Wat informanten beschouwden als ‘voorspellende dromen’ interpreteerde hij bijvoorbeeld als ‘manifeste’ uitingen van ‘latente’ angsten of verlangens.

Boeddhisten beschouwen dromen als ‘illusies van de menselijke geest’
Antropologisch droomonderzoek concentreert zich tegenwoordig vooral op de sterk uiteenlopende ‘culturele theorieën’ over de betekenis van dromen. Zo variëren de ideeën die in verschillende religies leven over dromen enorm. Boeddhisten beschouwen dromen als ‘illusies van de menselijke geest’ en calvinistische theologen waarschuwen, net als de profeet Jeremia, voor ‘valse dromen’. De rabbijnse traditie in het jodendom erkent dat God via dromen tot de profeten sprak, maar beschouwt droombeelden toch vooral als inkijkjes in de menselijke ziel. Net als Freud, die dromen omschreef als ‘de koninklijke weg naar het onderbewuste’. Van alle grote religies is de islam het minst terughoudend over de mogelijkheid dat dromen goddelijke boodschappen bevatten.

Vliegdroom zo oud als schrift
Zijn er overeenkomsten tussen typische dromen in verschillende delen van de wereld? Vergelijkend onderzoek is jammer genoeg schaars. De Amerikaanse psycholoog Richard M. Griffith en zijn Japanse collega’s O. Miyagi en A. Tago publiceerden in 1958 in het tijdschrift American Anthropologist een studie waarin ze de frequentie van ‘typische dromen’ in beide landen onderzochten. Zij gebruikten dezelfde vragenlijst en ondervroegen vergelijkbare groepen deelnemers: 250 Amerikaanse studenten, van wie 134 mannen en 116 vrouwen, en 233 studenten uit Tokio, van wie 132 mannen en 91 vrouwen. De vragen hadden betrekking op 34 thema’s, waaronder dromen dat je vliegt of zweeft, dromen dat je naakt bent in gekleed gezelschap en examendromen.

De scores voor naaktdromen liepen flink uiteen. 47,8 procent van de Amerikaanse mannen en 37,1 procent van de vrouwen zei zo’n droom wel eens te hebben, tegen 12,9 van de Japanse mannen en 24,2 procent van de vrouwen. In beide culturen is bedekkende kleding de norm, maar misschien is het gevoel van schaamte wanneer je bloot wordt gezien niet in beide landen even sterk. Sommige onderzoekers zijn trouwens van mening dat het bij een naaktdroom niet gaat om het naakt-zijn, maar om de onverschillige reactie van het aanwezige publiek. De sensatie niet opgemerkt te worden wordt door op individueel succes gerichte Amerikanen mogelijk als kwellender ervaren.

Ook vliegdromen werden in beide landen ruim gerapporteerd: door 32,3 procent van de Amerikaanse mannen en 35,4 procent van de vrouwen, tegen 45,5 procent van de Japanse mannen en 46,2 procent van de vrouwen. Deze dromen zijn zeker zo oud als de wereld van het schrift. Dromenverzamelaar Seligman vond ze zowel in Afrika als in Azië en ze werden steevast uitgelegd als voorspoedig voorteken.

Examenvrees
Nog een andere typische droom scoorde hoog. 34,4 procent van de Amerikaanse mannen en 45,1 procent van de vrouwen zei wel eens te dromen te zakken voor een examen, vaak een waarvoor de dromer al jaren geleden was geslaagd. Aan Japanse kant gold dit voor 38,6 procent van de mannen en 45,1 procent van de vrouwen. De antropoloog Seligman hoorde van een expat dat deze dromen veel voorkwamen onder de bovenlaag van ‘literati’ in China, waar voor promotie naar een hogere ambtelijke rang vanouds examens werden afgelegd. Seligman vond ook varianten waarin de dromer op een andere manier op de proef wordt gesteld, bijvoorbeeld bij een initiatie.

Dirk Vlasblom, in NRC Handelsblad, 22 december 2017

 

Egypte

Merry

click:
MVI_8873

 

Corpocracy

is de maatschappij waarin grote bedrijven de regering controleren.
Met de hartelijke groeten van het kabinet: een mooi 2018 gewenst.
Het gaat immers weer fantaastisch met Nederland.

 

Testament

100

Daget

Vis bestijgt een droom

»In ‘Slapenderwijs, wakenderwijs’ (1969) schrijft Henri Michaux: “Net als vele andere nachtdromers, protesteer ik niet in mijn droom, maar stel ik mij onmiddellijk op de toestand in, hoe onmogelijk die ook is, zonder hem te verwerpen, zonder er van weg te vluchten. Hoogstens hoop ik uit de toestand weg te komen, maar niet uit de wereld waartoe hij behoort, net zoals een toeschouwer doet bij een dramatische film, die bij het gebeuren van een penibele scène niet de wens heeft het filmdoek te verscheuren, maar alleen om over te gaan naar een meer aanvaardbare toestand waarop de dan bestaande toestand volgens hem zou kunnen uitlopen.”
Deze woorden van Michaux zouden een goede inleiding tot de gedichtenbundel Vlammend Marmer van Frans Budé kunnen zijn. Niet alleen dat in de gedichten van Budé het woord droom en varianten erop herhaaldelijk worden gebruikt, de gedichten zelf scheppen hun konstellatie in een soort gedroomde wereld.«

Huub Beurskens in een bespreking van genoemde bundel, het debuut van de dichter, in De Groene van 23 januari 1985

Uit het boek:

Open zee. Dichte vlokken
schuim, breedgeschouderd
water, doorwaadbaar, ver
tot in de duisternis

Vis bestijgt een droom
Vallend water, gerangschikt
tot een stroom. Hij duikt
de afgrond in. Schim

van wind, ademloze vin
Dit snij ik aan:
Herinner jij je water,

blinde vis, wat staat er
als ik je kielhaal
in mijn droom?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Budé in 1985)