Hemels licht en glans

Een ander hoofdstuk van Jezower is getiteld ‘Maskerade – van Andersen tot Strindberg’, zonder verdere uitleg van de ‘maskerade’.

Een droom van Balzac, in dat hoofdstuk.
“Aan Eva Hanska. Passy, 1 juni 1841.
Deze nacht, lieve grafin, heb ik u zo duidelijk en tastbaar in een droom gezien dat ik u, net als ik in de fabel van de twee vrienden, meteen schrijf. Ik ontwaakte bepaald verschrikt, omdat ik u zo duidelijk had gezien, ik sliep weer in en las daarna een lieve, lange brief van U. U was geenszins veranderd, waarover ik verrukt was. U was veraf en nabij tegelijk, maar ik had geen gelegenheid U de hand te drukken.
Misschien kwam de droom doordat ik over u sprak toen ik de avond ervoor met een Rus bij de dochter van de overleden Prins Kazlowski was, een zekere juffrouw Rzewuski, die met ons in Wenen is geweest, en die mij wilde aantonen dat U niet mooi bent (zelf is ze afschuwelijk). Of is er uiteindelijk een brief van U aan mij onderweg? Het ging net zo met mevrouw B., telkens wanneer ik haar schreef droomde ze over de brief. En de herinnering daaraan stemde me ineens bedroefd, terwijl ik aan mijn schriftafel zat, voor ik aan U schreef.”

 

En uit de toelichting bij de droom:

“Honoré de Balzac (Tours, 20 mei 1799 ~ Parijs 18 augustus 1850).
Balzac maakte kennis met Eva Hanska in de herfst van 1833, in Neuchâtel. Daarvoor hadden ze met elkaar gecorrespondeerd, en de verbeelding van de schrijver was ontvlamd, zijn nieuwsgierigheid gewekt en meteen bij hun erste samenzijn ontwikkelde zich een dweepzieke hartstocht. Ze bezwoeren zich elkaar toe te behoren, en, omdat mevrouw Hanska gehuwd was, op elkaar te zullen wachten. Ze troffen elkaar opnieuw in Geneve, later weer in Wenen. Vanaf de zomer van 1835 moest Balzac zich er bij neerleggen haar per brief van zijn onwankelbare liefde te verzekeren, en van tijd tot tijd over haar te dromen. “Ik heb van U gedroomd, en dat gebeurt me geen zes keer per jaar,” schreef hij haar in het voorjaar van 1842. In de herfst van het zelfde jaar: “ik droomde over U, ik drukte u aan mijn hart, ik hoorde uw stem, en werd door uw glimlach en uw hemelse blik getroffen, dromen waarin ik u terugvond, zoals U in Geneve was, dromen die wellicht mooier zijn dan de werkelijkheid, zoveel hemels licht en glans spreidt God daarover uit. Had ik toch elke acht dagen zo’n droom, dan kon ik zelfs ons gescheiden zijn dragen, als die echt te dragen zou zijn. Pas na een scheiding van acht jaren zag hij haar in de zomer van 1843 terug, in St Petersburg – haar man was intussen gestorven, ze was vrij, maar het duurde nog drie jaar voor ze zich verloofden. In maart 1850 was de bruiloft. Eva was toen zesenveertig jaar. Al na vijf maanden overleed Balzac, zij overleefde hem met tweeëndertig jaar.”

portret van Eva Hanska door Ferdinand Georg Waldmüller (1793–1865)

‘… als in de fabel van de twee vrienden’: naar een fabel van Lafontaine;
‘… die met ons in Wenen was’: Balzac had Eva Hanska in Wenen ontmoet, hij verbleef er van mei tot begin juni 1835;
‘… dat u niet mooi bent’, Balzac had, nadat hij Eva Hanska had leren kennen,  haar schoonheid beschreven in een brief aan zijn zuster Laura: “Wonderschoon … de mooiste zwarte haren van de wereld, de zachtste, heerlijk fijne huid van een brunette, een kleine hand om verliefd op te worden … ze heeft smachtende ogen die in een zalige glans oplichten.” Toen tegen hem werd gezegd dat ze niet mooi was, droomde hij dat ze helemaal niet veranderd was.
‘… mevrouw van B.’: Laura Antoinette de Berny, geboren  Hinner (24 mei 1777 ~ 27-07-1836); Balzac schrijft over haar: “mevrouw de B. was, hoewel getrouwd, als een God voor mij. Ze was voor mij moeder, vriendin, familie, vriend en raadgever; zij heeft de schrijver gemaakt, en de jonge man getroost, mijn smaak gevromd; ze heeft met mij als met een zuster gehuild en gelachen; dag na dag kwam ze als een weldadige slaap om mijn pijn zachtjes in te wiegen.” (uit een brief van 19 juli 1837)

 Henri Nicolas van Gorp: Madame Laure de Berny

Comments are closed.