De wetenschapper

Door het boek van Jezower toch in het Duitse taalgebied, kan er wel even wat actueels tussendoor. Die Zeit, een Duits weekblad, heeft in het nummer van 4 augustus 2011 dromen prominent op de voorpagina, met een plaatje door de opmaakredacteur en de marketing-afdeling allicht als een succesvol verbond beschouwd. Het verwijst naar enkele pagina’s in de wetenschapssectie. Op de website van Die Zeit is een interview opgenomen met Ursula Voss, een psychologe van de universiteit van Bonn, die onderzoek doet naar dromen. Hieronder een vertaling van de tekst van de website. Vraag (door Die Zeit) en antwoord zijn respectievelijk weergegeven als Z en V.

Z: Volgens een wijdverbreide voorstelling, zijn dromen nauw verbonden en verweven met het dagelijks leven. Klopt dat?
V: Zo langzamerhand ben ik daar sceptisch over geworden. In het kader van een studie hebben we onderzocht of en hoe dromen van lichamelijk gehandicapten en niet-gehandicapte mensen zich van elkaar onderscheiden. Vijftig proefpersoenen hielden een droomdagboek bij. Vier van hen waren vanaf de geboorte verlamd, tien doofstom en zesendertig niet gehandicapt.
Z: En?
V: Het was verbluffend. Mensen die in de werkelijkheid nog nooit iets hadden kunnen horen, droomden bij voorbeeld van de klanken van een vioolconcert. Verlamden konden in hun droom lopen, doofstommen horen en spreken. In enkele dromen waren mensen op een rolstoel aangewezen, maar dat waren dromen van niet-gehandicapten. Ook doofstomheid speelde af en toe een rol, maar niet bij de doofstomme proefpersonen. Een centraal onderdeel van het werkelijke leven van gehandicapten, hun handicap, kwam in hun dromen niet voor. Anders gezegd, wat de mens droomt zegt bijzonder weinig over hemzelf.
Z: Is dat dan compensatie, waarbij gehandicapten hun verlangen naar het vrij kunnen bewegen, naar spraak of naar horen in hun fantasie uitleven?
V: Sigmund Freud beweerde al dat de plaatsvervangende bevrediging van verlangens een centrale functie is van dromen. Als dat daadwerkelijk zo zou zijn, zouden gehandicapten opmerkelijk veel dromen dat ze geen handicap zouden hebben. Maar dat lijkt niet aan de hand te zijn. Het vermogen te kunnen lopen, horen of spreken speelde in de dromen van gehandicapten geen zwaarwegender rol dan in die van niet-gehandicapten. Zoals wij er tegen aan kijken gaat het bij dromen dus niet om de vervulling van verlangens.
Z: Wie vanaf zijn geboorte gehandicapt is, ondervindt dat wellicht als normaal, waardoor er in de droom aldus niets meer te verwerken is.
V: Dat kan ik niet volledig uitsluiten. Al onze proefpersonen met een handicap benadrukten in de voorgesprekken echter dat zij hun handicap als een last ervoeren, en er naar verlangden niet gehandicapt te zijn.
Z: Als we dromen zouden onze meest geheime wensen -symbolisch versleuteld- zichtbaar worden. Misschien was u niet in staat die symbolen voldoende te ontcijferen.
V: Onder de vier wetenschappers die de droomprotokollen onderzochten was ook een psycho-analytica, die zich in haar therapeutische werk baseert op de theorieën van Freud. Ook zij kon niet herkennen welke dromen van gehandicapten waren. Haar score was zelfs lager dan die van de drie anderen: een gedragstherapeut, een gesprekstherapeut en een fysicus zonder een psychologische opleiding.
Z: Veel hersenonderzoekers vinden dromen op een soort onweer van de zenuwen lijken, dat zich toevallig en zonder diepere bedoeling voltrekt.
V: Daar ben ik ook sceptisch over. Dromen kunnen uiterst verschillend zijn. Een faktor van belang lijkt mij in hoeverre de frontaalkwab, een deel van de hersenen in het voorhoofd dat in wakende toestand een belangrijke rol speel bij het nemen van rationele beslissingen, geactiveerd wordt. Veel dromen lijken naar mijn inzicht op een niet opgeruimde kamer, waarin kinderen hun speelgoed uit kasten en kisten laten rondslingeren. Vaak mengt de frontaalkwab zich in de droom als een strenge moeder, en probeert orde te scheppen. Dat zijn tenminste de voorlopige uitkomsten van ons jongste onderzoek, dat interventies van de frontaalkwab veel dromen begrijpelijk en zinvol maken.
Z: Dan hebben dus afzonderlijke dromen wel degelijk een boodschap, zoals de psychoanalytici beweren?
V: Zo ver wil ik niet gaan, Ik denk dat dromen een vorm van creatief denken is. In deze bijzondere bewustzijnstoestand beleven we thema’s en gevoelens in een nieuwe samenhang, en maken ons los van vaste patronen. Juist wanneer de frontalkwab actief is heeft men in dromen vaak associaties in relatie met zekere vragen, waaraan je ook na het ontwaken nog wat hebt. Dromen kunnen zo een bron van inspiratie zijn.
Z: Paul McCartney beweert dat hij de melodie van de Beatles wereldhit Yesterday in het midden van de jaren zestig, heeft gedroomd.
V: Juist. Zelf heb ik zulke spectaculaire ingevingen in dromen wesliswaar nog niet gehad, maar ik houd het zeker voor mogelijk.
Z: Zijn dromen dan een motor voor de culturele ontwikkeling van de mens?
V: Dat lijkt me wat te veel van het goede. Al was het maar omdat dieren ook dromen. Bij zoogdieren hebben neurowetenschappers de zogenaamde REM-slaap kunnen vaststellen, een slaapfase waarbij de mens bijzonder intensief droomt. Bij honden zijn tijdens de REM-slaap de zelfde hersengebieden actief als die bij ons, waneer we dromen. Onafhankelijk daarvan kun je bij honden of katten vaak genoeg waarnemen hoe ze tijdens hun slaap met de poten bewegen, geluiden maken, net alsof ze een slechte droom hebben.
Z: Hebben veel mensen nachtmerries?
V: Negatieve emoties komen vaker voor dan positieve. Dat is een biologisch gedetermineerd feit, zowel in de droom als in waaktoestand. De Amygdala, een deel van de hersenen dat een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van emoties, is bij een gevoel van vreugde doorgaans minder sterk geactiveerd dan bij angst, boosheid of ergernis. Negatieve gevoelens komen dus niet alleen vaker voor, maar zijn ok intensiever. Gemeen hè.
Z: Sinds Freud is het verdacht wanneer iemand van zucchini droomt. Immers, “Het mannelijk lid wordt symbolisch vervangen door voorwerpen die in de vorm vergelijkbaar zijn.”
V: Ik heb in het kader van wetenschappelijke studies meer dan duizend dromen van proefpersonen onderzocht. Het mannelijk lid kwam daarin bijna nooit voor. Ook niet in een symbolische vermomming, als zucchini, een agurk, een potlood of een ander lang object.
Z: Speelt sex geen rol?
V: Zeker wel. Maar zelden. Ik zou zeggen in één op elke honderd dromen. Veel proefpersonen droomden dat ze met iemand sliepen. Ze konden hun partner meestal slecht beschrijven. Droomfiguren hebben, zoals we vaststelden, bijna nooit een goed herkenbaar gezicht.
Z: Kunt u zelf uw dromen vaak herinneren?
V: Elke ochtend.
Z: Echt? Hoe doet u dat?
V: Er is een truukje voor: bij het ontwaken zijn dromen uitsluitend in het werkgeheugen actief, een geheugen met maar weinig capaciteit, waarvan de inhoud snel kan worden overschreven. Daarom moet je je ‘s ochtends zoveel mogelijk afschermen van zintuigelijke indrukken, dus de ogen gesloten houden en niet bewegen. Dan kun je proberen dat wat je hebt gedroomd nog een keer de revue te laten passeren, de droom als het ware te vangen. Anders is hij weg.

Dit is de link naar het artikel.

Comments are closed.