Tranen op de kaken

Ontwaken

Ik droomde – een droom vol tegenstrijdigheden,
Half licht, half duisternis, half waar, half waan,
Nu Profecij, dan Echo van ’t verleden,
Vaak beide in eens, en immer – half verstaan.

’k Greep schimmen, die mij door de vingren gleden;
Ik vloog, of kroop, maar niets werd afgedaan;
’k Heb in één uur genoten en geleden,
Heel ’t bonte lot eens Levens ondergaan.

Daar blonk de dag – de onzichtbre banden braken!
’k Rees op, nog met de tranen op de kaken,
En glimlachte om mijn dwaze hersenschim.

En ’k juichte: “o God, als aan de levenskim
De morgen Uwer heerlijkheid zal blaken,
Wat glimlach zal dàt wezen bij ’t ontwaken!”

J.J.L. ten Kate (1819-1889)

Comments are closed.