Een betekenisvolle scheur

Een hoofdstuk uit “Das Buch der Träume” gaat over dromen uit de tijd van de romantiek. Het hoofdstuk draagt het volgende motto van Novalis.

»Is niet iedere, zelfs de meest verwarde, droom, een uitzonderlijke verschijning die ook, zonder nog maar aan een goddelijke lotsbestemming te denken, een betekenisvolle scheur is in het gordijn dat met duizend plooien over ons innerlijk leven hangt?«

De eerste droom in dit hoofdstuk  is van Sophie Brentano:
“Ik droom vaak over jou, zonder echt aan jou te denken; maar misschien is dit wel het meeste wezenlijke, diepste denken. Bijna altijd zie ik jou met mooie vrouwen, waarmee je zeer interessante kleine romances beleeft. Twee waren bijzonder levendig. De ene heette Jeanette, ze was een avonturierster, een mooie zondares, waar jij zo van houdt. Ze was bij je in tal van vermommingen, en jij probeerde ze voor mij geheim te houden, tot ik het eindelijk ontdekte, en ik door jouw valsheid het huis uitliep. De tweede was een mooie, kokette vrouw uit mijn vroegere kennissenkring. Ze was erg teder naar jou, je ging de hele nacht met haar uit wandelen, en ‘s morgens hadden jullie het ontbijt in een mooie tuin, waar een klein meisje mij jullie aanwezigheid verklapte en mij heimelijk naar jullie leidde. Ik zag jullie zitten. Jij leek kil en verstrooid, maar ik wist niet wat je dacht, wat mij zeer ergerde, omdat ik toch in dit spel deelnemer en toeschouwer tegelijk was.”

Uit de verklaring:
Voor de Romantici waren dromen de dauw die onder de zon van de realitiet verdorde en verschroeide zielen opfristen en bezig hielden. In dromen vonden de Romantici een hogere vorm van de werkelijkheid. “Een droom verbreekt onze banden”, verklaart Novalis. “Een Goddelijk brouwsel”, broedend boven de diepten van de droomchaos. Als het licht hier de dingen omglanst, uit de duisternis tilt, verschijnt ze zuiver, als bij de schepping en in volkomen helderheid. En de gevoelens waarmee men zich aan deze dingen overgaf waren oorspronkelijk, “stegen tot ongekende hoogten”, in paradijselijke verrukking maar ook als helse pijnen. Alle gevoelens werpen zich in dromen, zo meent Jean Paul, “hoge golven vloeien in het hele hart.” En Tieck: “Alles dat we wakend van pijn en ontroering weten is slechts kil te noemen in vergelijk met de tranen die we in dromen plengen, tegenover elke hartklop die we in de slaap ondergaan. Dan is de laatste verharding van ons wezen gesmolten, en de ganse ziel vloeit in de golven van het verdriet.”
Veel meer dan ervaringen in wakende toestand ontvouwden dromen, volgen de Romantici een kosmische verbondenheid. Door dromen ondervonden ze dat er een “directe uitwisseling met voorwerpen mogelijk is”, dat alleen de dag zaken vervreemdt, maar de droom hun vreemdheid opheft en hun eenheid weer herstelt. “Ontdekkers van het onbewuste”, zo noemde Ricardah Huch de Romantici terecht. Ze stelden de droom boven de waak-ervaringen, leefden zich uit in de droomwereld, en ervoeren in haar de verdieping van hun levensgevoel. Dat maakt ook de wens begrijpelijk die Jean Paul ooit verwoordde: “Ik wilde dat ik tenminste muziek, liefde, landschappen, schoonheid, ja eigenlijk elke vreugde in mijn dromen kon genieten, in plaats van in wakende toestand. Want de droom is, zoals hij in de verhandeling “Over de natuurlijke magie van de verbeeldingskracht” schreef: “het Tempe-dal  en moederland van de fantasie”. Het is de canon van de poëzie. In geen enkele poëzie vindt men zoveel droom-vertellingen, zoveel uitspraken over dromen als in die uit de Romantiek. Philipp Lersch, die in het lezenswaardige geschrift “Der Traum in der deutschen Romantik”,  (München, 1923), beschrijft hoe in het leven en de poëzie van de Romantici de droom tot een romantisch probleem werd gemaakt, wees op de frequentie waarmee “het woord droom in de werken van de Romantici” voorkomt. In ‘Heinrich von Ofterdingen’ bijvoorbeeld, de varianten meegerekend, meer dan zeventig keer.
De Romantici hebben in hun literatuur dromen zo fantasievol en kleurrijk uitgewerkt dat de berichten over hun werkelijke dromen daartegen maar vaal afstaken.

Tot zover de introductie van het hoofdstuk over romantiek & dromen.

Over Sophie Brentano (*Altenburg, 28 maart 1770 – Heidelberg, 31 oktober 1806) geeft Das Buch der Träume het volgende.
Geboren Schubart. Haar huwelijk met de universiteitsprofessor Mereau werd in juli 1801 door een commissie onder voorzitterschap van Herder ontbonden; op 29 november 1803 huwde zij Clemens Brentano.
Hij was 8 jaar jonger dan zij, onderhevig aan “onrust” en wisselende stemmingen, en hij beschouwde Sophie soms “Himmelhoch jauchzend” als een engel, dan weer “zum Tode betrübt” als een ware duivelin.
Sophie en Clemens waren in hun huwelijk, zoals Achim von Armin schrijft, te vergelijken met twee orgelspelers, “die beide graag willen spelen, maar de ene krijgt dan ineens, als de ander al met spelen is begonnen, zin om de pijpen te gaan poetsen en te stemmen. Dan maken ze aanmerkingen op elkaar, dat de een de noten vals laat klinken en de ander dat er veel te veel onbeschaamd tussenin klinken.” Clemens was bang dat het huwelijk zijn krachten zou verzwakken, dat hij af zou stompen en trager worden, “en dat overkomt mij, mij die alles zo hartverscheurend ondergaat”, klaagde hij begin oktober 1804. Hij verlangde naar avontuur, verwachtte dat reizen hem zou opfleuren en dat zijn vriend Arnim hem zou troosten en opbeuren. Hij vertrok naar Armin, in Berlijn; maar eenmaal onderweg overviel hem het hevig verlangen naar Sophie, hij wilde eigenlijk terugkeren, maar was tegelijk bevreesd zich in de ogen van Armin belachelijk te maken. “De aarde heeft vast geen groter Don Quichot dan jij moeten dragen”, antwoordde Sophie op zijn jammerklacht.
Op reis moest hij er aan denken dat jaren eerder, Sophie, die toen nog met Mereau getrouwd was, met een geliefde de zelfde weg naar Berlijn gegaan was, onderweg met hem in één kamer geslapen had. Terwijl gevoelens van jaloezie hem pijnigen – “het lijkt alsof je mij zou kunnen bedriegen”, schreef hij haar op 9 november – droomt zij thuis vaker dat hij háár ontrouw is, en met mooie vrouwen kleine romances beleeft.
Hij verzekert haar dat dat wat zij over hem droomt niet aan de hand is: “Weliswaar ontmoet ik vele vrouwen, maar die vallen allen bij jou in de schaduw, ik zou niemand dan jij, mijn begeerde, willen kussen, of aan mijn hart drukken – dat gevoel is zo oneindig groot, dat ik niets anders kan waarnemen.”
Maar zo veel schaduw werpt Sophie toch ook weer niet, want Clemens schrijft, nadat hij uit Berlijn vertok aan Armin: “En groet vooral Pistor [*] van mij. Zeg haar dat als ik in mijn vrouw niet minstens één kwart terug vindt van wat ik bij Pistor vond, dan keerde ik terug naar haar kelder om in de verboden appel te bijten.” (26 december 1804). In een andere brief wenst hij dat zij “een minnaar krijgt die liefdevoller is dan ik”, waarop Armin antwoordt “Als ik Pistor alles had gegeven wat jij mij vroeg, wie weet hoe ongelukkig ze daarmee zou zijn! Je schrijft haar meer fraais dan je haar ooit rechtstreeks tegen haar zei.” En enkele weken later laat hij Lotte Pistor, via Armin weten, dat hij van haar heeft gedroomd en dat hij haar hand kuste. (brief van 15 februari 1805)
Sophie was toen zwanger; haar tweede kind werd in mei 1805 geboren, maar leefde, evenmin als haar eerste, niet lang. Bij de geboorte van het derde kind stierf Sophie. “Leeft mijn kind?”, waren haar laatste woorden. Binnen tien maanden hertrouwde Clemens, met Auguste Busmann.

Op internet ciruleert het onderstaande portret van Sophie. In 2006 is er bij gelegenheid van haar sterfdag zelfs een heuse wetenschappelijke conferentie aan haar werk gewijd. Door haar opvattingen, vriendenkring en schrijfvaardigheid is ze ruim tweehonderd jaar na haar dood nog steeds van academische interesse. Haar werk is -in het Duits- verkijgbaar in twee pocket-boeken.

~*~*~

[*] waarschijnlijk wordt bedoeld de echtgenote van de Berlijnse  instrumentenbouwer Karl Pistor (1778 – 1847), die er zelf ook nogal ruimhartige opvattingen over huwelijkstrouw op nahield – hij erkende zes kinderen die hij bij zijn maitresse verwekte (en Lotte zelf kreeg er vier met hem).

Comments are closed.