Toch niet verloren raken

Het leukste aan een droom is dat hij overgaat in de werkelijkheid. Dat laat ons meestal niet onverschillig. Er kan opluchting zijn. Of weemoed, het eindeloze verlangen naar meer. De inspiratie: ik las over een Schotse uitvinder die zittend sliep, met een zware bal in zijn hand. Als de bal viel, werd hij wakker, noteerde hij zijn droom (zijn uitvindingen heeft mijn geheugen niet meer opgediept). Of een ander overgeleverd verhaal. Die héél bijzondere, ja superieure droom. De dromer schreef het, slaapdronken nog, middenin de nacht op op een stukje papier dat toevallig onder handbereik lag. In de vaste wetenschap dat bij ontwaken zich een ware revolutie zou ontvouwen, viel hij onmiddellijk weer in slaap. Toen hij wakker werd herinnerde hij zich het nachtelijk avontuur, graaide op het nachtkastje, vond het papiertje en las deze woorden: “klein vogeltje”.
Maar soms vertaalt de droom zich wel degelijk profijtelijk in de werkelijkheid. Al was het in de kunsten: Picasso’s Le Rêve hoort nu tot de duurst geveilde schilderijen ooit. Of, van een heel wat poëtischer orde: Oblomov’s droom – die “als in een echte droom, [de lezer] voorziet van een onverwachte, interessante, in de grond intuïtieve informatie, die iets van de diepere betekenis van de dagelijkse gebeurtenissen [in het boek] verheldert”. *1

In de zomer van 2011 zendt de BBC-televisie een aardige reeks uit rond de vraag naar de echtheid van kunstwerken onder de titel Fake or Fortune. Eén uitzending *2 werd gewijd aan Han van Meegeren. De meestervervalser die in het midden van de 2Oe eeuw heel wat kunst-ego’s aan het wankelen bracht met zijn voorstelling van de Emmausgangers door Vermeer. In de uitzending heet het dat Van Meegeren “dreamed up” de voorstelling, een fraaie uitdrukking voor al het werk dat vooraf ging aan die ene fout, het plaatsen van het signatuur van Vermeer (in werkelijkheid herinnerde Van Meegeren zich een tafereel uit zijn jeugd, op een mooie zomeravond uit logeren bij een oom, toen hij de slaap niet kon vatten. Hij wandelde in de tuin, keek door het raam naar binnen en zag zijn oom met een aantal gasten om tafel zitten, in een configuratie die uiteindelijk tot de Emmausgangers zou leiden.) *3

Van herinnering naar fantasie. Voor de droom is de herinnering vitaal. Geheugen-expert en hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma doet er in zijn Vergeetboek nog een schepje bovenop, door de filosoof Dennet aan te halen. In een experiment wordt een niet bestaande droom gereconstrueerd. Een proefpersoon moet door het stellen van ja-nee vragen proberen een droom te achterhalen bij een gezelschap mensen. Echter, er is geen droom; als de laatste letter van de vraag in de eerste helft van het alfabet valt, is het antwoord bevestigend, anders ontkennend. Er komen overtuigende dromen uit voort. Dennet noemt, aldus Draaisma, dit “gezelschapsspel” psycho-analyse.

Het hoge woord is er uit: Freud. Pas door het grote belang dat de grondlegger van de psycho-analyse aan dromen hechtte, zijn dromen een flinke tijd ontdaan geworden van het aureool van plezierige of angstaanjagende nonsens dat ze voordien toch óók vaak hadden. Dromen kregen ineens zin, en betekenis. En hebben intussen, een goede eeuw en héél veel wetenschappelijk onderzoek later, wel weer flink aan die gloed ingeboet. Het lijkt dat een dagelijkse meditatie die zich over meer jaren uitstrekt even heilzaam is voor een gezond geestelijk leven als een even langdurige analyse.
Ook Jung heeft zich -en dat begon al in de tijd van de samenwerking met Freud- intensief met dromen bezig gehouden, en in artikelen de praktische bruikbaarheid van dromen in de behandeling van neurosen aangetoond. Toch zijn ook bij Jung fraaie staaltjes van behoorlijk vergezocht redeneren te vinden. Dat leidt soms wel tot bijzondere conclusies als die welke zijn weergegeven in -bijvoorbeeld- de getallensymboliek: een dromer herinnert zich uit de droom een getal. Dat getal leidt tot associaties bij de patiënt die terugvoeren naar een willekeurig aantal geboortedata van gezins- en familieleden. De uiteindelijke som van cijfers in die data komt overeen met het getal uit de droom – waaruit wordt geconcludeerd dat de dromer erg hecht aan zijn gezin, maar ook verliefd is. Ik vat het wat ruw samen. *4

Nee, dan Draaisma – met een nuchterheid die zijn geboortegrond eer doet: »Zelfs al zouden de losse elementen in een droom op toevalsontladingen berusten, dan hoeven verloop en beleving van de droom nog niet betekenisloos te zijn. Misschien is het tegendeel wel waar en geeft juist de wijze waarop iemand orde probeert op te leggen aan chaos, inzicht in wat hij denkt, vreest en verlangt. Dit ene verhaal kan betekenis hebben omdat uit dezelfde draden zoveel verschillende patronen geweven kunnen worden.« *5 Waarmee hij impliceert dat de droom volstrekt multi-interpretabel is, hetgeen ik graag onderschrijf.

Behalve natuurlijk voor de goede verstaander.

Het schitterende

… En met de geur van water in de schaduw, een groene.
Ik kantelde de bemoste stenen om
de zilvervisjes weg te zien glibberen.
Het was een droom over het plezier van het omkeren,
die wetenschap dat je van alle kanten …
en dan toch niet verloren raken!
De vrijheid om vanuit elk opzicht het uitzicht …
Zoals dieren ruiken dat het gaat regenen, terwijl
de lucht nog blauw is. Ja
dat moest ik beter begrijpen.
Ook de wolken behoren tot het landschap
Niet altijd denken dat omhoog kijken meteen
het zwaard naar beneden laat suizen.

Het was een droom over kristalhelderheid,
waarin ik mijn eigen bewegingen zag,
die ik maaakte in slaap.
Een slaapvattend mij.
Eerst een slaapdronken ademen en dan
het kneden van droom door hersens
om met veel zuurstof wakker te worden.

Uit bed gesprongen om vlug in de spiegel
te zien wat er in zat die dag.
De zilvervisjes, die van onder uit de slaap
naar boven waren geschoten door mijn gezicht
en zich hadden verborgen in de schaduw bij de mond
de ogen de haargrens.
Ik telde mijn geld
en liep in de dag
met een zilvergezicht.

Elma van Haren *6

De droom die overgaat in de werkelijkheid.

Op een rommelmarkt kocht ik begin dit jaar Das Buch der Träume, door Ignaz Jezower *7.

Dat begint zo: »Uit het isolement, waarin wij de dingen door onderscheid plaatsen, uit de starheid waarin we ze verbannen, bevrijden we hen weer in onze droombeschouwing. Niet meer aan vorm gebonden en niet meer door eigenschappen belast, waardoor ze juist hun klassifikatie verwierven, verschijnen ze ons nu in de willekeur van hun anders-zijn, nog steeds als dingen, wier bijzonderheid wij bij waken door specifieke functies aan banden legden. Ondanks die verandering is een boom nog een boom, ook wanneer de boom kan praten, is een tafel nog een tafel, ook als hij door de straten wandelt, en een mens houdt niet op mens te zijn als er vleugels uit zijn schouderbladen groeien, zijn voeten tijgerklauwen blijken; het wezen van een voorwerp wordt door zijn tegendeel niet opgeheven, een wezen door zijn polariteit niet verontreinigd.«

De werkelijkheid die zichzelf bevrijdt in de droom – eigenlijk even aangenaam als het omgekeerde.

Het vorenstaande dient als opstapje naar een reeks citaten uit het boek van Jezower. Het boek bevat twee delen, het eerste een overzicht van overgeleverde dromen uit de wereldgeschiedenis, het tweede deel een interpretatie ervan, gelardeerd met wat biografische gegevens over de dromer. De dromen zijn opgedeeld in verschillende hoofdstukken, bijvoorbeeld historische perioden als “de tijd van de aartsvaders” of “dromen in de wereldoorlog”, thema’s, “intellectuele prestaties in dromen” of naar het beroep van de dromer “dromen van filosofen”, dromen van geleerden”.
Voor de dromen is op deze webbladzijden een aparte gelijknamige rubriek waarin ze samen ineens zijn te lezen.

Als voorproefje een eerste droom, geheel willekeurig gekozen naar de bladzijde waar ik het boek opensloeg. Uit het hoofdstuk Dromen van Geleerden,
Franz von Paula Gruithuisen: “(…) Een andere keer droomde ik dat ik in mijn bibliotheek, die echter in Slot Haltenberg in een grote kamer was gelokaliserd, naar de Adagia van Erasmus van Rotterdam zocht, maar ik kon het boek niet vinden. Doordat ik echter wist hoe de band er uitzag, stond ik naar de ruggen van de boeken te kijken, die door helder zonlicht werden beschenen – ik keek van links naar rechts. Ik rekte mij uit en daarop schenen de boeken gedurende enkele seconden, als in een kijkdoos, zelf van links naar rechts te wandelen.”
De volgende toelichting. “Franz Paula von Gruithuisen (19-03-1774 ~ 21-06-1852); schrijver van natuurwetenschappelijke werken, professor in de astronomie aan de universiteit van München. Slot Haltenberg ligt in Beieren, waar Gruithuisen werd geboren. De adagia van Erasmus van Rotterdam zijn een verzameling van Griekse en Latijnse spreuken, door Erasmus van commentaar voorzien.”

Wellicht niet de allerspannendste droom voor een eerste voorbeeld, maar een bibliotheek in een droom is voor mij immer een geslaagd beeld.

*-*-*-*
*1 Maria Kardaun, Interpreting the Dream of Oblomov; in: Self & Society, vol 23 #3, July 1995
*2 uitzending van 3 juli 2011
*3 De plaat met de dubbele afbeelding is afgebeeld in “Emmaus” van Marie Louise Doudart de la Grée [Utrecht, Bruna, zj.]
*4 C.G. Jung, Dromen; Rotterdam, Lemniscaat, 2e druk 1989, pp 19-21
*5 Douwe Draaisma, Vergeetboek; Groningen, Historische Uitgeverij, 2010 – pp 39-64: Waarom we dromen vergeten
*6 uit: Zeehond graag, Amsterdam, Van Oorschot, 2000
*7 Berlin, Ernst Rohwolt Verlag, 1928

Comments are closed.