Veranda

Molly G. Schuchat, cultureel antropologe in Amerika, heeft in een vriendelijke schets de functie beschreven van een reeks bankjes tussen een drukke snelweg en de uitloper van een park, in Washington DC. Ze woont in de buurt. Haar conclusie, op basis van anderhalf jaar “participerende observatie” en gesprekken met betrokkenen is even eenvoudig als voor de hand liggend.

De banken functioneren als een gemeenschaps-veranda, een brug tussen het publieke en het private. Een territoriale, maar tevens symbolische ruimte; de banken zorgen er voor dat de verschillende “elementen” van de stad vredig bijeen kunnen zijn. Die vredigheid is relatief, de banken werden in het midden van de jaren tachtig vastgeketend, omdat vandalen ze steeds van de voorliggende helling gooiden. Het Hoofd Onderhoud van het park, herinnert zich hoe lastig het was de banken weer terug omhoog te rollen “vooral bij nat weer”. Tegelijk geven ze gelegenheid voor een moment van rust temidden van de dagelijkse hektiek als ook een bestemming voor hen die met vogels en eekhoorns willen voeren.
Molly’s slotsom luidt dat flatbewoners een veranda (het Amerikaanse porch) willen bij hun huis. Als dat dan niet kan, dan tenminste een stoep, of andere verhoging, om op of naast het voetpad te kunnen zitten. Maar architecten en andere plannenmakers hebben daarop vaak geantwoord in de vorm van balkons, en van besloten achtertuinen. Die ontberen de mogelijkheid op het niveau van oogcontact te verkeren met medebewoners. Ontberen daardoor de mogelijkheid om bekende gezichten te (gaan) herkennen, het patroon van activiteiten èn de veranderingen waar te nemen die daarin plaatshebben.

 

Comments are closed.