In de herberg

Hoe lang zijn er al bankjes?
Zou het zo begonnen zijn? Gaat het om de aankomst, het arriveren. Vroeger vaak toch, na lang zwoegen, het bereiken van de Herberg. Na de modder, de kuilen, de struikrovers of een lange tocht in de hitte, eindelijk is daar dan gindse uitspanning. Grijs brood, een pul bier. Een kippepoot of een brok kaas. Even bijkomen, niet op een krukje, nee, daarvan zijn er te weinig, dat zou ook zo ongezellig zijn. Kom, schik eens een beetje op, en vertel het laatste nieuws. Dat is sociaal, en bevordert de orde. Netjes samen op de bank.
Hier en daar is geschreven dat de Romeinen er al mee begonnen, met banken.
Die van hout hebben het niet overleefd tot heden, maar die van steen… Tot ver in de Middeleeuwen was het de meest gebruikte vorm om te zitten, in die tijd was een stoel een zeldzame luxe, voorbehouden aan de graaf of aan een hoge prelaat. Banken werden niet alleen gebruikt om op te zitten, maar waren ook handig als bed, en als tafel. Daar waren ze toen ook breed genoeg voor.
Vrijstaande banken (in het Engels een settle) zijn een hoofdstuk apart. Die werden ook tot heel laat gebruikt, en hadden zelfs in Engeland in het begin van de 20e eeuw een korte rivival. Daar kwam er nog één functie bij, die van kast: til de zitting op, en er is een mooie bergruimte.
De rug, en de zijkanten werden versierd, in de zeventiende eeuw in Zuid-Amerika zelfs zo mooi, dat er een hele industrie rond ontstond, vooral in Peru. Dan kwam er vergulding aan te pas, overdadig houtsnijwerk en fraaie schilderingen.
Pas in de zeventiende eeuw kwam er een polstering (van leer), en kantelde de rugleuning een stukje: de bank werd ineens een weinig comfortabel. Maar we hadden het over buiten – het gaat hier over het bankje, de bank, als straatmeubilair.

 

Comments are closed.