Insomia

Eén nacht komt als zegen

Als een wrede minnaar, of een berouwvolle minnares
Geen-Slaap eist mijn rusteloze aandacht

Geen-Slaap wil me ‘t liefste bloot –
een duistere projector van het

op- en afspoelen van de filmrol van mijn gedachten.
Een oude gespikkelde film die ik niet kan afzetten –

liefdes, en verlies, stralen als sterren, tv-opnamen,
zachte tranen, verschrikkingen, gesmoorde lachjes.

Dan komt één nacht als een zegen.
Gevleugeld bezoek dat mijn falen ziet.

Wie me nu nog zou willen, ik zwem
naar mijn Huis van Dromen

Laat niemand deze vrede verstoren.
Laat niemand aan mij schudden

zelfs niet aan de takken van mijn nachtmerries.
Eens de morgen daar, ben ik herboren

Een frisse Eva – stapt uit de schaduw van de rib
klaar om in het pandemonium van alledag te stappen.

-*-*-*-*-*-

One Night Comes Like a Blessing

Like a cruel lover or spiteful mistress
No-sleep demands my restless attentiveness.

No-sleep prefers me stripped –
a dark projectionist

winding and unwinding the reel of my thoughts.
An old grained movie I can’t switch off a

starring of loves and loss, TV footage,
soft tears, mortifications, smothered laughs.

Then, one night comes like a blessing.
A visitation of wings that sees me falling.

Whoever wants me now, I am swimming
towards my House of Dreams.

Let no one disturb this peace.
Let no one shake me

even from the branches of nightmares.
Come morning I am reborn again –

a fresh-faced Eve – emerging from the rib’s shadow –
ready to meet the daily pandemonium of living.

Grace Nichols
uit de bundel Insomnia Poems.

 

Niks te verbergen

Deze week tien jaar geleden publiceerde de Amerikaanse hoogleraar privacyrecht Daniel Solove, van George Washington University Law School zijn essay ‘Ik heb niks te verbergen en Andere Misverstanden over Privacy’. Het werd sindsdien een half miljoen keer geraadpleegd. ‘Ik heb niks te verbergen’ kwalificeerde Solove als een ‘frame’ waarin privacy ten onrechte wordt vereenzelvigd met de behoefte aan geheimzinnigheid van bedenkelijke types die ruimte voor illegale of immorele zaken willen houden. Hij ziet privacy als een paraplubegrip dat de gehele verhouding tussen burger en staat omvat. En dat niet zozeer de metafoor van George Orwells surveillance-staat belangrijk is, maar dat we vooral op de bureaucratische staat uit Kafka’s roman Het Proces moeten gaan letten. De alwetende staat die beslissingen neemt over burgers op basis van informatie waar de burger geen grip op heeft. Niet meer over hoe en waar het verzameld wordt, hoe lang het wordt bewaard, waarvoor het wordt benut en welke conclusies er uit worden getrokken.

citaat uit de column van Folkert Jensma in NRC Handelsblad,  4 maart 2017.

Het hele artikel hier. 

 

Een vrouw die sprak en liep

Ik droomde en zag een vrouw die sprak en liep
En als een wakende haar arbeid deed;
Doch als men in den droom de dingen weet,
Zoo wist ik vast en zeker, dat ze sliep.

En ’k vroeg mij, of ik uit een slaap zoo diep
En vreemd de vrouw moest wekken met een kreet?
Of wachten tot een prins ze ontwaken deed,
Die met een kus de slaapster wakker riep?

’k Ontwaakte en schreide als om verzuimden plicht,
In angst, dat zij haar dag verslapen zou
En eerst ontwaken als het gouden licht
Verbleekte tot het kille avondgrauw….
Doch wat was mij het lot dier jonge vrouw?
En wat bedroefde ’k me om een droomgezicht?

Jacqueline van der Waals (1868-1922)