Vaas

Vaas

Kun je een vaas haar breekbaarheid verwijten
of een hand het breken van de vaas?
Misschien is het zo bedoeld
dat de vaas de hand op zich af zingt
zodat de hand niet kan weerstaan,
hoewel de hand weet dat hij slaat
en in de vaas al scherven zingen
voor ze zijn ontstaan.

Waarom zou de hand verlangen naar een vaas
die, als een hals, zich uitstrekt naar de hand
die haar wil slaan? En waarom wil de vaas
haar scherven naar de oppervlakte zingen
zodat de hand haar niet langer kan weerstaan?

Misschien droomt de vaas wel van de hand
een roos te maken, wil de hand op zoek gaan naar de vaas
om eindelijk de scherf te vinden
waarmee hij rozen uit zijn eigen pols kan slaan.

Peter Verhelst (1962)
uit: Koor (2017)

 

Wandelen in dromen

[…] En als ik mijn vrienden er al eens een keer toe kreeg met mij mee te gaan naar het museum, deden ze niet veel anders dan buiten het blikveld van de suppoost kattekwaad uithalen of mij belachelijk maken omdat ik in diepe aandacht verzonken stond voor een Asmatschild alsof ik het vroegrijpe figuurtje van Annie Wildernis stond te bewonderen. Sinds mijn jongensjaren, waarin ik me een eenling voelde en was, is er veel veranderd. De musea worden bijkans overlopen, vooral door de jeugd. De honger naar schoonheid, het besef dat men niet alleen bij het koersverloop van de AEX-index kan leven, neemt gestadig toe. De aandacht die op middelbare scholen aan kunst in al zijn vormen wordt besteed, breidt zich als een inktvlek uit. We willen geen vee worden dat sjokkend achter winkelwagentjes in de supermarkt de laatste koopjes najaagt. Nee, we willen volwaardige mensen worden die weten dat het aanschouwen van al die wonderlijke kunstvormen in de musea broodnodig is; dat het wandelen in dromen de vaak povere werkelijkheid zinvol maakt. […]

Jan Wolkers in de inleiding bij de Teylers-agenda voor 2000.

 

Waltzertraum

Ein Waltzertraum

An der Grenzstation
angelangt ist jetzt
endlich der Reisende

Ein Zöllner hat ihm
die Schubänder gelöst
die Schuhe ausgezogen

Auf den gehobelten Brettern
des Bodens herrenlos
steht das Gepäck

Das schweinslederne Köfferchen
ist aufgegangen, die arme
Seele entflogen

Den Körper, das letzte
Umsiedlungsgut erwartet
eine peinliche Untersuchung

Gleich kommt der Dr Tulp
mit dem schwarzen Hut und
dem Prosekturbesteck in der Hand

Oder ist der Leib bereits
ausgehölt und gewichtlos und
schwebt, nur von den Finger-

spitzen ein wenig gesteuert
hinüber in das land das
man nur barfuß betreten darf?

_*+*_

Droom in driekwartsmaat

Bij de grenspost
aangekomen is nu
eindelijk de reiziger

Een douanier heeft
zijn veters losgemaakt,
schoenen uitgetrokken

Onder het van de vloer
verheven plankier staat
eenzaam de bagage

Een varkensleren koffertje
is bovengekomen,
de ziel eruit ontsnapt

Het lichaam, dat laatste
doorgangshuis, wacht
een pijnlijk onderzoek

Aanstonds komt de geleerde Tulp
met zwarte hoge hoed, een
ontleedmes in zijn hand.

Of, is het lijf al uitgehold
en gewichtloos, en zweeft
slechts door de vinger-

toppen lichtjes gestuurd
daar naar het land dat men
slechts blootsvoets begaan mag?

uit: W.G. Sebald – Über das Land und das Wasser,
ausgewählte Gedichte 1964 – 2001 (Frankfurt am Main,
Fischer Taschenbuchverlag, 2002)

foto uit het boek, naast het gedicht;