Verdreven

Droom
Ik droomde moe: ik was zo stil als oud,
ik wist alleen: nooit zal ik alles weten,
mijn handen waren van verwachting koud.
Toen trad zij binnen die ‘k niet kan vergeten,
zij lachte en haar lach was mij vertrouwd,
zij heette zoals zij alleen kan heten.
Ik riep haar, nam haar slanke bruine hand,
oud was ik zeer, zij was zo jong gebleven
als mijn herinnering, en op de rand
en op de ijle rand van dood en leven
liep ik opnieuw met haar, als eens aan ‘t strand
waarvan ik door haar sterven was verdreven.

Max Nord (1916-2008)

 

Verdrietig