Niet serieus nemen

»Honderd jaar geleden wist men nog niet zoveel over de werking van het brein. Het was toen gebruikelijk een droom op te vatten als een soort boodschap uit een dieper deel van je geest. Nu luidt de heersende theorie dat het brein tijdens onze slaap een soort flipperkast is die lukraak visuele prikkels afvuurt op de frontale cortex, die er vervolgens razendsnel een logisch verhaaltje van probeert te maken. De neiging om inhoud van dromen heel serieus te nemen is daardoor wel weg.«

uit: “Broerstraat 5”, relatiemagazine van de Rijksuniversiteit Groningen, van oktober 2013, p. 9 – Douwe Draaisma over zijn nieuwe boek De Dromenwever (uitg. Historische Uitgeverij)

 

Roman

»Het begon met een droom, vertelt Campert […] een droom over Afrika, een continent waar Campert nooit is geweest – tot dat moment zelfs niet in zijn dromen.
Zo staat hij in de roman: “Ik sta op een heuvel en kijk uit over een landschap waarin de kleur roodbruin domineert. Aan mijn voeten op de door de zon geblakerde grond, ligt een stervende hond. Ik sleep hem bij zijn achterpoten de schaduw in van een hut met lemen muren en een dak van golfplaat. In de hut zijn drie personen aanwezig […] De vrouw, die op een klapstoeltje zit, heeft hoogopgestoken blond haar. Ze is stevig gebouwd. Ze is gekleed in een kakikleurig mantelpak, waarvan de rok tot halverwege haar dijen is opgeschort. Met dit beeld word ik wakker.”
Campert noteerde zijn droom. Hij legt uit: “Dromen zijn niet onbelangrijk voor mij. Je reageert erin op je angsten en vreugdes, al zijn het eerder je angsten. Misschien is het een erfenis van het surrealisme dat ik daar mee bezig ben; het zit toch allemaal in je kop. Deze droom kon ik helemaal niet thuisbrengen, ik had geen enkel aanknopingspunt. Dus bedacht ik een man voor wie die droom net zo wezensvreemd is als voor mij.”

Dat werd de hoofdpersoon van Hôtel du Nord?
“Net als bij het schrijven van poëzie ga ik bij het maken van een roman helemaal intuïtief te werk. Ik had nog geen idee dat die droom zou uitgroeien tot een roman. Nadat ik had opgeschreven wie die droom had gedroomd, dacht ik ‘Laat ik maar doorgaan, hoe hij opstaat en zo’.”«

fragment uit een interview met Remco Campert door Kester Freriks, ter gelegenheid van het verschijnen van “Hôtel du Nord”, in NRC Handelsblad/Boeken (p. C2), van 20 september 2013.

rc-rev