Ik heb een vis voor dag en nacht

Ik heb een vis voor dag en nacht,
des morgens, als de angst mij wacht,
zwemt hij kalmerend langs mijn voeten,
als ik des nachts de droom opwacht
dan komt mijn vis mij groeten.

Des middags slapen alle vissen.
Zou men zich hiervan willen vergewissen
en naar de tenen van de rots afklimmen,
men kan mijn vis daar aan de wand zien staan
in een der heldergroene nissen,
men ziet hem in het omgekeerde firmament,
een hoge vlieger, staan te vinnen,
slapend te stromen als een smalle vaan.

Ik heb een vis voor dag en nacht,
zou ik soms vroeg uit denken moeten
dan wekt hij mij al om half acht
Des nachts komt hijsteeds even groeten.

J.B. Charles (1910-1983) uit: Gedichten (1956)