Vrolijk

Eng

De hudige regering is zo mogelijk nog regentesker dan de vorige. Elke hoop op enige onderdaan-vriendelijk kan worden verlaten. Er is repressie en kil rekenmeesterschap, waarmee de laatste restjes van de vroegere verzorgingsstaat vakkundig worden opgeruimd. Expliciet beleidsdoel lijkt het de burger op zo groot mogelijke afstand van het bestuur te plaatsen. De minister van Binnenlandse Zaken loopt daarin voorop, bijvoorbeeld door plannen tot afschaffen van zoveel mogelijk gemeenten (zie ook de aardige column van Chavannes hierover), een oude droom van de PvdA. Nieuw droevig dieptepunt is het ijveren van dezelfde minister voor het toch invoeren van stemcomputers.
Het wordt weer tijd voor idealen, voor actievoeren.

Actiegroep weer aan de bak
Rop Gonggrijp van de actiegroep WijVertrouwenStemcomputersNiet, is teleurgesteld dat de politiek zijn lesje niet heeft geleerd en “de oren laat hangen naar 500 burgermeesters en één fabrikant.”
“Ik vraag me af waar die technologische vooruitgang uit bestaat. Als het gaat om een bonnetje dat wordt uitgespuugd, dat kon 6 jaar geleden ook al. Het enige argument dat ik tot nog toe gehoord heb is ‘het kan toch nog niet zo zijn dat…’ Maar dat is onomstotelijk vastgesteld dat het niet kan. Twee commissies zagen grote beren op de weg voor stemcomputers, voor nu én in de toekomst,” aldus Gonggrijp in een reactie aan Webwereld.
Nog steeds oncontroleerbaar
Gonggrijp legt uit dat nog steeds niet te controleren is welk systeem er op de stemcomputers is gecompileerd op het moment dat er gestemd wordt. En ook de kwestie van het op afstand afluisteren speelt nog steeds, dat is alleen te verhelpen met ‘military grade’ hardware.
Gonggrijp wijst naar Duitsland, waar het grondwettelijk hof, het Bundesverfassungsgericht, zulke strenge eisen aan stemcomputers heeft gesteld, “dat dit de komende twee generaties niet doorgaat. Dat is een duidelijke beslissing en niemand kan daar omheen.”
Periodieke nationale dommigheid
Zo niet in Nederland, waar de stemcomputerlobby om de paar jaar toch weer een kritieke massa bereikt. Gonggrijp: “Het is jammer dat wij dan elke keer weer door een fase van nationale dommigheid heen moeten en een enorme infrastructuur optuigen, om over vijf jaar na talloze commissies weer hetzelfde te concluderen.”
“Alle (stemcomputer-)systemen die onafhankelijk zijn getest, zijn omgevallen. Zonder uitzondering. Dus de enige manier waarop een fabrikant succes heeft is om geen onafhankelijk onderzoek te laten doen.”
Gonggrijp is zelf niet benaderd door BZK en weet ook niemand die is gevraagd voor de commissie die Plasterk momenteel samenstelt. “Ik denk dat ze gewoon 500 burgermeesters blij gaan maken, en dat is heel onverstandig.”
Uit: Webwereld van donderdag 7 maart 2013

 

Boom

2 juni 1964

Ik droomde vannacht dat ik een boom werd. Voor het zover was, zaten we in een schoollokaal waar het ook al niet pluis was, ik weet niet waarom. Vooral Pieter Rommers maakte een treurige indruk. Reeds in de gang, op weg naar buiten, voelde ik een korst op mijn lip. Ik trok hem eraf, maar daaronder zat een even harde schors. Ik liep naast Pieter Rommers en zag een gore vlek op zijn hand. Ik raakte die aan: de vlek was ruw en hard. Toen ik naar mijn eigen hand keek zag ik hetzelfde. De vlek werd groter, verspreidde zich over de huid. Buiten gekomen, in het gras, voelde ik me zwaarder worden, steeds zwaarder. Ik kon mijn voeten niet meer verzetten. Ik wilde Dafne kussen maar ik kon niet meer naar haar toe, ik kwam niet meer van mijn plaats, ik kon me alleen maar omdraaien en voelde me steeds harder worden. Mijn huid, mijn lichaam, alles werd harder, werd van hout. Ik bleef draaien, zo ver ik kon, in mijn verschrikkelijke verlangen naar Dafne. Mijn voeten zaten nu in de aarde, ik kon niet verder draaien, ik kon niet terugdraaien, ik had wortel geschoten, ik was een boom.
Toen ik wakker werd, dacht ik meteen: een eucalyptus. Ook zo gedraaid, alsof hij al draaiende, met inspanning, zichzelf uit de grond trekt, net zoals ik al draaiende, met inspanning, mij uit de grond probeerde te trekken. Een eucalyptus. Mooie boom, maar een boom. Het gevoel dat bleef, uit de droom, en dat zich heel duidelijk voortzette in wakende toestand, zo duidelijk dat de tranen uit mijn ogen stroomden, was een gevoel van werkelijk verterend heimwee naar de dingen die ik als boom niet meer kon: lopen, praten, een vrouw tegen me aan voelen, haar lippen kussen, mijn handen op haar borsten leggen, iets zachts voelen. En waarom dit zo vreselijk was: het sloot precies aan bij mijn gedeprimeerde gedachten van de laatste tijd. Faculteiten verliezen, talenten verkwisten, inertie, stagnatie, stilstand, verlies van oorspronkelijkheid, van creativiteit, van activiteit van denken en voelen. Door de drank?
uit: Agust Willemsen – Vrienden, vreemden, vrouwen (Amsterdam, Arbeiderspers, 1998, p 385)

guus