Frank and Jane’s Bench

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Fragment uit The Light Of Day, door Graham Swift. Nadat de vader van verteller George Webb is overleden wil zijn  moeder te zijner nagedachtenis een bank in het park, Chiselhurst Common,  plaatsen.

Fräulein Katharina’s Dream

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Fragment uit “Human Traces” door Sebastian Faulks – het verhaal van Jacques Rebière en Thomas Midwinter, twee vrienden verenigd in hun zoektocht naar de werking van de geest, en naar het antwoord op de vraag of geestesziekte de prijs is die de mens betaalt voor het menszijn.
Gelezen door Samuel West.

Lataster

Ger Lataster 1920 – 2012

 

Bismarck

Otto von Bismarck

Aan keizer Wilhelm I. Berlijn, 18 december 1881. »De mededeling van uwe majesteit moedigt mij aan te vertellen over een droom die ik had in het voorjaar van 1863, middenin de het heetst van de strijd, en waaruit het menselijk oog geen uitweg meer zag.
Ik droomde, en ik vertelde het ‘s morgens meteen aan mijn vrouw en aan andere getuigen, dat ik op een smal pad in de Alpen reed. Rechts een afgrond, links rotsen; het pad werd smaller zodat het paard weigerde verder te gaan, maar terugkeer of afstijgen was door plaatsgebrek niet mogelijk. Met mijn zweep in de linkerhand sloeg ik tegen de gladde rotswand en riep God aan. De zweep werd oneindig lang, de rotswand schoof terug alsof het een dekorstuk was en een brede weg ontvouwde zich, met uitzicht op heuvels, bosrand en Pruisische troepen met vaandels. Nog in de droom bedacht ik dat ik dat spoedig  aan uwe majesteit zou moeten melden. Dat ging in vervulling en ik ontwaakte gesterkt en vrolijk.«

Jezower vermeldt in zijn toelichting dat de droom wordt verklaard door Dr. Hans Sachs: “Ein Traum Bismarcks”, in het Internationale Zeitschrift für ärtzliche Psychoanalyse, 1913, Jahrg. I, heft I S81/83 – en eveneens is behandeld in de werken van Dr Sigmund Freud (Die Traumdeutung, 1922, 7e dr, p 258 ev).
“Van Sachs neem ik de schets van de toenmalige politike situatie over,” schrijft Jezower dan, “en de samenhang tussen de droom en Bismarcks belevenissen in de werkelijkheid”. Echter, “de duiding van de droom die door Sachs wordt gegeven kan ik helaas niet op alle punten volgen; voor mij is een rijzweep niet konstant een fallisch symbool, en ook deel ik de mening niet dat deze droom een infantiele masturbatiefantasie is”. Jezower slaat die stukken van Sachs dan ook helaas over. Toch, toen kennelijk al serieuze twijfel aan de freudiaanse theorie. Of, misschien was Jezower wel een bewonderaar van Bismarck, die je dan niet afserveert als “kleine rukker”.
Dan volgt de verklaring van Sachs, die de droom onderscheidt in twee delen, de eerste waarin de dromer in een benarde situatie raakt, waaruit hij in het tweede deel wordt verlost. Het eerste deel zal ik hier niet in vertaling overnemen. Volstaat dat Bismarck zich in die dagen van konflikt kennelijk in een troosteloze positie bevond. Dat hij zich echter “af kon wenden van de rotsen van het realiteitsprincipe door zich er in droom en slaap van te bevrijden”, aldus haalt Jezower Sachs aan. De laatste vervolgt dan “er wordt dan ook al gepreludeerd op de vervulling van het verlangen, die in het tweede deel zo krachtig naar voren komt, door het woord Alpenpad. Bismarck wist toen al wel dat hij zijn volgende vakantie in de Alpen -in Gastein- zou doorbrengen; de droom die hem daar alvast naartoe bracht, bevrijdt hem daarmee ook van allerlei lastige staatszaken.” Ik mag hier en daar vertaalfouten maken, maar het staat er echt zo: “Urlaub”.
Sachs verder; “In het tweede deel worden de wensen van de dromer in tweeërlei opzicht -onverhuld en tastbaar, en daarnaast ook symbolisch-  vervuld. Symbolisch door het verdwijnen van de hindernis die de rotsen vormen, in plaats waarvan de brede weg verschijnt -dus ook de gezochte uitweg in de gemakkelijkste vorm-, en onverhuld ook de oprukkende Pruisische troepen. Men hoeft voor de verklaring van deze profetische visie geen mystieke samenhang te construeren; de Wensvervullingstheorie van Freud volstaat in dezen geheel. Bismarck vermoedde toen al dat de beste uitweg uit het innerlijke conflikt een zege in een oorlog met Oostenrijk zou zijn. Als hij dan de Pruisische troepen in Bohemen, dus in het land van de vijand, met hun vaandels ziet, zo openbaart de droom hem daardoor de vervulling van zijn wens, juist zoals Freud dat stelt. Van individueel belang is het dat de dromer, waarmee we ons hier bezig houden, zich niet tevreden stelde met de vervulling van de droom, maar die ook in de werkelijkheid realiseerde. Het hele verloop, van de wonderbaarlijke bevrijding uit de nood door het slaan op de rots, met het binnenhalen van God als helper, herinnert opvallend aan een bijbelse scene, te weten die waarin Moses voor de dorstige kinderen Israëls water uit de rots slaat. We mogen zonder meer aannemen dat Bismarck, die uit een bijbelvast protestants gezin afkomstig was, met dit verhaal bekend was. Met de leider Moses, die door het volk dat hij bevrijden wilde met opstand, haat en ondankbaarheid werd beloond, kon Bismarck zich in die konfliktueuze dagen gemakkelijk vergelijken. Daardoor leunde hij zozeer op de actuele wensen.”

Tranenvrij

Mijn droomen (VI)

Laat mij mijn droomen: in de Maartsche dagen
Als ‘t komend voorjaar aarzelt, en de regen
Rivieren maakt van weilanden en wegen
Houden zij uit mijn ziel de norsche vlagen.

O als mijn oogen geen geheimen zagen:
Wondren van droomen wenkend allerwegen,
Een gouden hemel vol van zonnezegen,
Wat zou ik schreien, wanhopen en klagen!

En als mijn zangen wild of droevig klinken
Met ongeduld of hartstocht in hun woorden …
Vrees niet: wie zingt is ‘t lijden al voorbij.

‘t Lied is als donderslagen die eerst zinken
Nadat de bliksemschicht gevaarvol boorde:
Zoo is het hart dat zingt reeds tranen-vrij.

Alex Gutteling (1884-1910)

foto van Gutteling hier

Swarth

In mijn droomen

In mijn droomen bewoon ik een huiverig huis,
Met een dolhof van zonlooze gangen,
En zóo kil dat ik beef en zóo stil dat gedruisch
Van mijn eigene kleed mij doet bangen.

In mijn droomen doorkruis ik een marmeren stad,
Met veel zwijgende stijgende straten
En met ledige pleinen van boomen omvat,
En ik dwaal er in maanlicht, verlaten.

In mijn droomen omdool ik den zoom van een meer
Vol azuur en vol zilveren vonken.
En dan zweef ik zoo licht als een vogeleveer,
Wijl de hemel op aarde is gezonken.

En dat huis van mijn droomen, die nachtlijke stad,
Die voorspellen wat zwaar is te dragen,
Maar dat meer van mysterie, dat hemelbad
Is belofte van zalige dagen.

En dat meer zal ik weerzien den dag na mijn dood,
Zoo mijn wandel door ‘t leven ik heilig,
En, versmolten atoom in der wateren schoot,
Zal ik éen zijn met Al, o zoo veilig.

  Hélène Swarth (1859-1941)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(foto wikimedia)