Kaart # 53


bij deze kaart is het mij onduidelijk of deze groep arbeiders in enige mate gerelateerd was aan mijn grootmoeder – de achterzijde is blanco. Jantje heeft echter wel jaren in het veen moeten werken om de kost te verdienen nadat zij weduwe was geworden. Maar ze woonde natuurlijk ook “in het veen”, dus zal zo’n beeld wellicht alledaags kunnen zijn geweest.

Teloorgang

Aardige column in Webwereld over de gestage teloorgang van het gezag van de overheid (in dit geval op het terrein van de privacy).

Tagged with:
 

Achteloos

Enge censuur vanuit de VS

We waren al wat gewend aan onvrijheid als het om de VS gaat, maar een nieuw wetsvoorstel, dat alleen maar door extreem winstbejag wordt geïnspireerd, bedreigt nu het wezen van internet. Gelukkig lopen niet alleen internationale burgerrechtenorganisatis te hoop, ook Google is fel tegen. Google is overigens de enige tegenstander van de wet die naast zes (!)voorstanders het woord mocht voeren in een hoorzitting.
Lees meer bij BOF.

Update: ook het Europees parlement heeft zich in een motie tegen de ontwerpwet uitgesproken. Het Europees Parlement kan echter geen concrete maatregelen nemen tegen het concept van de Amerikaanse wetgeving. In de resolutie benadrukt het Parlement dat “de integriteit van het mondiale internet en de vrijheid van communicatie moeten worden beschermd, door geen unilaterale maatregelen te nemen tot intrekking van ip-adressen of domeinnamen.”

Tagged with:
 

Hendrik de Vries

Droom

Nog mijm’rend vragend wat zij had gesproken
Betrad ik ‘s nachts opnieuw de trappenstraat,
In stadslicht bleek gebaad, in sneeuw verdoken.
Een venster blonk, maar nergens haar gelaat.

Beneden gleden waag’nen zonder dreuning,
Dreef murm’lend zwart van menschen af en aan.
‘t Bordes lag blank met blank-bevrachte leuning.
Door ‘t smetloos laken was geen tred gegaan.

De sleutel had het zwijgen zwak verbroken
Maar niets weerklonk in die befloerste gang.
Ik vond een kamer, heb daar licht ontstoken,
En wachtte, stom en roerloos, urenlang.

Ik zag nog achter gaas de schoorsteendaken,
De muren, soms bestreken door de maan.
Toen hoord’ik weer de sneeuw van schreden kraken.
Daar kwam zij. Wilde huivring greep mij aan.

Mijn hart verkromp, met plots-verstomd gehamer.
Ik wist mij stellig in mijn vlucht bespied.

Een spiegelwand weerkaatste gansch een kamer.
Ik schrok: Ik vond mijn eigen beelt’nis niet…
Hendrik de Vries (1896-1989)

Ook

Verijsde planeet

Isolde Kurz

De droom:
Eind februari of begin maart 1908.
Ik dwaal helemaal alleen op een verkalkte en verijsde aarde. Zover het oog reikt is alles sneeuw en gletscher, zonder grens en ononderbroken. Een andere, mij onbekende persoon, wiens geslacht mij niet eens duidelijk is, zo vreemd bleef het voor mij, voegt zich bij mij en samen zetten we de hopeloze tocht voort, zonder ons bij elkaar aan te sluiten. We glijden van een steile, diep besneeuwde hellingen af, waarbij we sturen met een staaf.
“Ach”, zegt de vreemde persoon, “nu verdwijnt ook de maan nog”. Ik kijk omhoog en aanschouw in de vale sneeuwlucht een witte schijf zonder schijnsel, en net als het me erover wil verheugen dat hij er nog is, breekt er een stuk van de schijf, die als een lap sneeuw naar beneden valt. Tegelijk verwaait ook de rest van de maanschijf in witte vlokken. Het troebele licht op de sneeuw verandert niet. Ik beleef de verijzing van de planeet. Ik voel me troosteloos. Dan opent zich de linker sneeuwwand, en mijn moeder verschijnt tot aan haar middel, en glijdt voor mij neer. (Ze leefde toen nog, maar in de droom leek het alsof ze al lang geleden was gestorven.) Het was slechts haar beeld, gevat in een tabernakelachtig kader. Ik riep haar, en strekte mijn armen naar haar uit. Het beeld strekte eveneens de armen uit, en ik ontwaakte.

Uit de toelichting van Jezower:
Van 1877 tot eind 1913 woonde Isolde Kurz in Italië. Vanaf het begin van de deelname van Italië aan de wereldoorlog had ze telkens dezelfde droom maar met verschillende afloop: ze droomde over de Italiaanse grens te sluipen, om de plaatsen terug te zien die ze in tijd van vrede zo goed kende en warvan ze zoveel hield. Het lukt de grens te overschrijden, maar ze wordt in de stad steeds weerd als Duitse herkend of op de een of andere manier verraden; het komt tot opstootjes, er volgen spannende straatscenes, de stadsbewoners achtervolgen haar.
Haar moeder stierf, 85 jaar oud, op 26 juni 1911 in München.

Van Wikipedia:
Isolde Kurz werd als tweede kind en enige dochter van schrijver en bibliothecaris Hermann Kurz en zijn vrouw Marie Kurz geboren op 21 december 1853 in Stuttgart. Marie Kurz, die uit een oud adellijk geslacht afkomstig was, verzorgde zelf het onderwijs voor haar dochter. In het voorjaar van 1859, na twee adressen binnen Stuttgart verhuisde het gezin naar Oberesslingen. Haar kindertijd daar schetste ze later als idyllisch, maar niet geheel vrij van konflikten tussen de vrijmoedige leef- en opvoedingsstijl van haar ouders en de inheemse overtuigingen van de dorpsbevolking.
Enige tijd na de dood van haar vader in 1873 verhuisde Isolde naar München, waar haar broer Erwin als kunststudent stond ingeschreven. Zij voorzag in haar onderhoud door middel van vertalingen en spraakonderricht. Van haar eerste loon liet zij op de oude begraafplaats van Tübingen een marmeren gedenkplaat voor haar vader oprichten. Een jaar later vertrok zij, samen met haar moeder en haar jongste broer, op uitnodiging van haar broer Edgar naar Italië, kort daarvoor een artspraktijk in Florence had geopend.
In Florence raakte ze bevriend met Duitstalige kunstenaars, beeldhouwers, grafici en de kunsthistoricus Burckhardt. Ze las diens “Kultur der Renaissance in Italien”, aan de “damestafel” in de Nationale Bibliotheek. Ze doorkruiste de stad met de kunstenaar Althofer, en maakte plannen om met hem een cicerone te schrijven. Na de plotselingen dood van Althofen putte ze uit het reeds verzamelde materiaal stof voor haar in 1890 gepubliceerde Florentijnse Novellen. Eerder, in 1888, had zij al een bundel gedichten uitgebracht. Ook in 1890 publiceerde ze een bundeling van eerder in tijdschriften verschenen “Spoookjes en Fantasiën”. In de badplaats Forte dei Marmi leerde ze de Italiaanse toneelspeelster Eleonora Duse en de schrijfster Gabriele d’Annunzio kennen.
Na 1905 leefde ze samen met haar moeder, die ze tot haar dood in 1911 verpleegde, afwisselend in München en Forte dei marmi. Vanaf 1911 leefde ze samen met een uit Rusland teruggekeerde jeugdvriend Ernst von Mohl, filoloog en schrijver. Hij overleed in 1928.
Isolde zelf stierf iop 6 april 1944 en werd begraven op de stadsbegraafplaats van Tübingen.