Kaart #5

Kaart #4

Kaart # 3

en de achterkant:

 

Kaart #2

De eerste kaart

Westenwind

Noordenwind

Het Ding

De etymologie van het woord bank gaat, volgens het onvolprezen Nederlands Etymologisch Woordenboek van Jan de Vries, terug op een oude indogermaanse stam, te weten het woord bheg, buigen. Dat woord heeft ook gevolg gehad voor het Germaanse woord baka, rug (vergelijk het Egelse ‘back’). Maar wat heeft de rug nou met het bankje te maken?

De betekenisontwikkeling zou dan van een “gewelfde verhoging” via “de aardrand waarop men zitten kan” rechtstreeks doorgaan naar een zitplaats van hout. De Vries voegt er eigenhandig aan toe dat men “kan denken aan de aardwal om de dingplaats waarop de mannen zaten, en waarvoor later banken werden gebruikt”. Ietsje vergezocht, maar wel een mooie verklaring.

Toch blijft het al bij al, in de etymologie een “verhoging” – denk bijvoorbeeld ook aan het Engelse “riverbank”, maar ook – hoewel het niet zo vaak meer wordt gebruikt – aan een wolkenbank (in de lucht dus).

Dat Ding maakt het natuurlijk wel aardig. Die Germaanse oervorm van democratie, waarin de wetten werden besproken (en later, afgekondigd), waar werd rechtgesproken – ons woord “geding”. Het leeft tot in onze jaren voort. De 5e juli is de “nationale” feestdag van het Isle of Man, het vriendelijke eiland in de Ierse Zee. Het is dan Tynwald Day. Genoemd naar de heuvel Tynwald, aan de weg van Douglas naar Peel in het plaatsje St John, waar de mensen van Man zich eens per jaar verzamelen voor het aanhoren van de wetten die in de voorgaande twaalf maanden zijn aangenomen. Ze worden voorgelezen in het Engels en in het Manx, de oude Gaelic-achtige taal van het eiland. De ceremonie, in aanwezigheid van alle hoogwaardigheidsbekleders, bestuurlijk en klerikaal, van het eiland, èn de gouverneur (de vertegenwoordiger van de Britse troon), begint om half elf in de ochtend. De traditie dateert al uit de tijd van, en is ook geïntroduceerd door, de Vikingen, die het eiland rond de negende eeuw in bezit namen, waardoor het zelfs nog lang eigendom van Noorwegen is geweest. Op IJsland is een vergelijkbare plek, Thingvellir, waar van 930 tot 1798 het parlement, het Althing, bijeenkwam.
Nog even terug naar de woordverklaring: Van Wijk heeft zich met Franck’s Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (1912/1949) ook verdienstelijk gemaakt. Hij deelt mee dat de wortels bheg en bhreg (breken) met de zelfde betekenis naast elkaar voorkomen. Dat is wel extra aardig, want hij verwijst daarbij weer naar het woord “brink”. Dat dikwijls zo fraaie, lommerrijke plein in Drentse dorpen (en natuurlijk niet alleen daar) waar de inwoners elkaar net zo troffen als ze tegenwoordig nog doen op al die pleintjes in Frankrijk of Italië. In het Drenthe van het derde millenium zijn het vooral hen die moegeworden van een fietstochtje, even op een bankje aan de brink neerstrijken – hoewel, liever nog even op het terras.

 

Kwijt

Etymologie, verklaring van de oorsprong van woorden en woordgeschiedenis, is wonderlijk en vol vreugde.

Zag ik in een paar dagen op verschillende plekken – bij een benzinestation, aan een verkeersbord geprikt, in een weiland – losse schoenen in meer of minder staat van ontbinding. Kon het niet laten er foto’s van te maken.
Zocht naar een geschikte verzameltitel voor samen met andere plaatjes die ik in de loop van de tijd verzamelde. Verloren? Zoek? Weg? Eenzaam? Allemaal afgekeurd. Toch waren al die schoenen kwijtgeraakt.
Kwijt. Dat klinkt alvast goed.

De eerste observatie over een gemeenschappelijke grondslag van moderne (en van dode) Europese en Indiase talen dateert al van het eind van de achttiende eeuw. Honderd jaar later -rond 1880- zagen de eerste proeven van die gereconstrueerde oertaal, het Indo-Europees, een wetenschappelijk licht. De jongste decennia hebben automatisering en nieuwe linguïstieke inzichten geresulteerd in verfijning en uitdijende reconstructie van het Proto Indo Europees.
Meestal wordt een stamwoord onderscheiden, en kan het huidig woord tot daar herleid.
Zie de afbeelding hierboven. In het Nederlands klinkt het ongeveer zoals het er staat, als “kwei”. Die stam betekent zoveel als rusten, stil liggen. Aha!

De stam vond zijn weg naar het Latijn, al zo veelvuldig de vorm van de woorden waarmee wij elke dag onze wereld determineren.
In Rome zullen ze gezegd hebben “quietus” en uitdrukken ‘rustig, vrij van’. Van Italië naar Frankrijk is niet zo’n grote stap: quitte zijn: niet schuldig, ja, vrij van. Zo werkt zo’n klank zich een weg naar het noorden en naar het westen, om in de lagen landen het huidig kwijt te geven: vrij, verloren hebbend. Een schoen bijvoorbeeld. En aan de overzijde van de Noordzee? Juist: “quiet”, het engelse rustig, maar ook quit, weggaan.