Zelfs

Zelfs Bas Heijne uit zijn bezorgdheid – lees zijn column hier.

 

Wantrouwen

In het SBS6-programma Pas Oplichters, het eerste seizoen was goed voor tussen de 600.000 en bijna 1 miljoen kijkers, lichten ‘professionele oplichters’ nietsvermoedende voorbijgangers op om te laten zien hoe goedgelovig mensen wel niet zijn. De presentatie is in handen van Jochem van Gelder; een man die vroeger nog geweldige kinderprogramma’s als Willem Wever en Praatjesmakers presenteerde, maar inmiddels door baas John de Mol gedegradeerd is tot onderbuikvoedende pulpverkoper. ‘Voor het oog van de verborgen camera licht ons team landgenoten op met dezelfde trucs die echte oplichters gebruiken, zodat u weet waar u in het vervolg alert op moet zijn,’ orakelt Van Gelder, ‘Blijf kijken en de kans is groot dat u nooit meer ergens intrapt!’

Want dat is de zelfverklaarde missie Hier vind je de mission statement. van Pas Oplichters (ondertitel: ‘Het kan jou ook gebeuren!’): ‘Met dit programma hopen we de kijkers bewust te maken van oplichterspraktijken en geven we tips en tricks hoe ze dit kunnen doorzien en voorkomen.’ Vervolgens zien we hoe een man zijn auto afhandig wordt gemaakt terwijl hij een vrouw met pech langs de weg probeert te helpen en hoe een vrouw wordt wijsgemaakt dat haar hond een gat in de broek van de oplichter heeft gebeten: of ze even 50 euro schadevergoeding wil overhandigen. Wat ze – sjonge jonge – natuurlijk doet. De moraal van het verhaal: wie anderen vertrouwt is naïef en dom, want stiekem staat achter elke boom een beer.

Hoe diep kun je zinken?

Zoals Jochem van Gelder wil dat je over straat loopt, zo zijn overheden en hun inlichtingendiensten de hele wereld gaan zien: als een verzameling van zes miljard potentiële criminelen

De stap naar de NSA lijkt groot, maar in feite gaat achter deze uit de klauwen gegroeide inlichtingendienst precies dezelfde paranoïde gedachtegang schuil. We moeten iedereen wel surveilleren, want in potentie is ieder mens een gevaar. Zoals Jochem van Gelder wil dat je over straat loopt, zo zijn sinds nine eleven overheden en hun inlichtingendiensten de hele wereld gaan zien: als een verzameling van zes miljard potentiële criminelen. Nine eleven heeft vruchtbare grond gekweekt voor geïnstitutionaliseerd wantrouwen op ongekende schaal. Het meest basale principe van elke samenleving die zich een rechtstaat noemt, is in feite omgedraaid: tegenwoordig ben je verdacht tot je onschuld is bewezen.

Overheden en media vinden elkaar eendrachtig in dit wereldbeeld. Media, omdat angst en wantrouwen nu eenmaal de snelste route naar clicks en kijkcijfers zijn: probeer maar eens een krantenkop te brouwen van het feit dat 99,99 procent van alle mensen het goed met anderen voor heeft. En overheden, omdat het de makkelijkste manier is om hun machtsbasis te vergroten: uit angst en wantrouwen wordt de behoefte aan controle en bescherming door autoriteiten geboren. Meer toezicht, meer maatregelen, meer surveillance – als je eenmaal gelooft dat in ieder mens een terrorist schuilt, is de rechtvaardiging ervoor zo gevonden.

Aan dit paranoïde wereldbeeld wordt ook door president Obama niet getornd, zo bleek afgelopen week. In zijn langverwachte speech Bekijk hier de hele speech terug. over de NSA kondigde de president een hele reeks maatregelen aan om de macht van de NSA in te perken, maar het moreel meest problematische en fundamenteel ondemocratische aspect van het inlichtingenapparaat blijft gewoon bestaan. Lees hier wat Obama wel en niet gaat veranderen aan de NSA. De NSA mag systematisch data blijven verzamelen van miljoenen mensen wereldwijd, zonder dat er ook maar enige verdenking tegenover hoeft te staan. Zoals Glenn Greenwald, de journalist van The Guardian die de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden naar buiten bracht, terecht constateerde, Lees hier de kritiek van Greenwald op Obama. blijft ‘de radicale essentie van de NSA’ fier overeind.

De uitdrukking wil weliswaar dat de weg naar de hel geplaveid is met goede bedoelingen, maar als die hel een totalitaire samenleving is, zijn die goede bedoelingen ver te zoeken: geïnstitutionaliseerd wantrouwen en de politieke en journalistieke exploitatie van angst en onveiligheid zijn de werkelijk drijvende krachten achter de gestage opmars van het moderne totalitarisme. Westerse samenlevingen zijn de afgelopen jaren in rap tempo geëvolueerd tot wat de Amerikaanse denker Francis Fukuyama ooit ‘low trust societies’ noemde: samenlevingen waarin controle en achterdocht voortdurend de voorkeur genieten boven vertrouwen.

Niet zo vreemd, als je bedenkt dat onze massamedia en politiek haast nergens anders om draaien dan om overal op-de-loer-liggende gevaren. Kijk één avondje SBS6 en je durft je huis niet meer uit (Pas Oplichters), de weg niet meer op (Wegmisbruikers), geen hotel meer in (Red mijn vakantie!) en geen restaurant meer in (De Smaakpolitie). En dan moet het nieuws – terreur! misdaad! oplichterij! corruptie! – nog beginnen.

Iedere keer als ik ga pinnen, lees ik vlak voordat ik mijn pincode invoer: ‘Pas op voor meekijkers!’ Dat zouden ze eigenlijk op elke televisie moeten plakken.

Rob Wijnberg in De Correspondent (jan 2014)

 

De stoutste dromen

Lees en huiver.

 

Een wet?

Veel veelgelezen auteurs uit een groot aantal landen, waaronder vijf Nobelprijswinnaars, hebben een verzoekschrift opgesteld aan de Verenigde Naties om een “wet van internationale digitale rechten” gerealiseerd te krijgen. Daarmee zou het bespioneren (en daarmee latent criminaliseren) van burgers door de overheid beteugeld kunnen worden, denken ze.

Benieuwd hoeveel mensen het aandurven Edward Snowden voor te dragen voor de Nobelprijs van de Vrede. Want als iemand als Obama die heeft kunnen krijgen zonder nog maar iets te hebben gedaan als president, dan verdient Snowden hem zeker door de vileine acties aan de kaak te stellen die onder datzelfde presidentschap werden uitgebreid en verfijnd.

 

EPD

Intussen is de discussie over het EPD weer wat aan het luwen (niemand heeft de vraag beantwoord wat het belang van verzekeringsmaatschappijen bij het EPD maakt dat ze artsen willen betalen om maar mee te doen!). Toch, ook al is het al weer wat ouder, een prima artikel van Arjen Kamphuis, hier, over de voorgeschiedenis van dit beschamende dossier.
In hele discours is helaas te weinig naar voren gebracht dat het er nu alleen nog maar om gaat “iedereen” aan te sluiten. Als dat eenmaal zo ver is, kunnen de schotten, die nu nog verhinderen dat “iedereen” inzage heeft in patientgegevens, langzaam maar zeker worden afgebroken. Want net zoals er nu geen enkel steekhoudend argument wordt geleverd om het systeem in te voeren, zal er straks alleen maar emotie worden opgevoerd om “de wetenschap” en “de zorgverzekeraars” ongehinderd toegang te geven (“want de gegevens zullen worden geanonimiseerd…”).
Update 19 december 2012. Na een actie van het College Bescherming Persoonsgegevens heeft de vereniging die het EPD propageert beloofd dat alle medische gegevens van mensen die geen toestemming hebben gegeven zullen worden verwijderd. Aanvankelijk was het nog zo dat iedereen die ooit was aangemeld voor het “oude” EPD stilzwijgend in het “nieuwe” zou worden opgenomen.
Overigens, net zoals bij beladen woorden zoals “persoonsnummer” of “varkensgriep”, lijkt het alsof er volop actie wordt ondernomen om het woord EPD stillekes te laten verwdwijnen. Het moet nu “landelijk schakelpunt” (LSP) gaan heten.

 

Function creep

uit het blog van Bits of Freedom:

Function creep is dagelijkse realiteit

13 november 2012 11:57
Door Rejo Zenger

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft nog altijd geen evaluatie van de bewaarplicht aan het parlement gestuurd, ondanks ons uitgebreide advies. Terwijl de evaluatie lang op zich laat wachten, zijn er dagelijks voorbeelden die de door ons benoemde problemen haarfijn onderstrepen. Eén van die problemen: function creep.

In ons advies voor de evaluatie wezen we op het gevaar van function creep: het risico dat opgeslagen gegevens vroeg of laat voor andere dan de oorspronkelijke doeleinden worden gebruikt. Dat dit gevaar niet alleen denkbeeldig is, werd in de laatste paar weken minstens twee keer fijntjes onderstreept.

Uit een artikel in Trouw blijkt dat het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag dertig jaar lang de persoonsgegevens van miljoenen Nederlandse burgers heeft gedeeld met de Mormonen in de Verenigde Staten. Het gaat daarbij om de gemeentelijke persoonskaarten van álle overleden burgers. Op deze kaarten is vermeld of iemand in de gevangenis heeft gezeten, psychische hulp kreeg of leefde van een uitkering. Op de kaarten zijn ook de namen van nog in leven zijnde echtgenoten en kinderen vermeld. Een deel van de gegevens is bijzonder gevoelig en had niet openbaar mogen worden gemaakt. Los van de vraag of het wel had gemogen is het ook onaannemelijk dat iemand dit zag aankomen. De wetgever stond er zeker niet bij stil bij het opstellen van de wet die deze registratie mogelijk maakte. En dat geldt natuurlijk ook voor de mensen die in het register staan.

Uit een uitzending van het KRO-programma Reporter is duidelijk geworden dat voormalig minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een wetsvoorstel heeft voorbereid dat het mogelijk moet maken om lichaams­materiaal, zoals DNA, dat is afgestaan voor wetenschappelijk onderzoek, ook te gebruiken in strafzaken. Het kan daarbij ook gaan om strafzaken waarin een verwante van de verstrekker van het lichaamsmateriaal, en niet de verstrekker zelf, verdachte is. Dit secundaire gebruik van het lichaamsmateriaal is nooit voorzien door de personen die in het verleden materiaal hebben afgestaan ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld de erfelijkheid van een bepaalde aandoening.

In beide gevallen zijn gegevens uit grote verzamelingen op een bepaald moment tóch voor andere dan de oorspronkelijke doelen gebruikt. Dit gebruik was bij het aanleggen van de bestanden nooit voorzien. Er is tenslotte ook geen reden om aan te nemen dat het bij deze uitbreiding van het gebruik van de gegevens blijft. Terwijl het voorstel van Schippers zelf al het probleem van function creep illustreert, noemt één van de deskundigen in een reactie in het NOS-Journaal het risico van de glijdende schaal als een probleem van de toekomstige uitwerking van dit wetsvoorstel.

Ook bij de bewaarplicht is het natuurlijk slechts een kwestie van geduld totdat de gegevens ook voor andere doeleinden gebruikt gaan worden. Dat risico, en het feit dat de noodzaak van de bewaarplicht nooit steekhoudend is aangetoond, maakt dat er maar één conclusie van de evaluatie kan zijn: “afschaffen!”

Tagged with:
 

CCTV

De Engelse Labour-partij lanceerde dezer dagen op het congres een nieuwe slogan waarop ze kiezers willen gaan trekken. Dat moet onder de paraplu van “One Nation”.
Inmiddels worden steeds meer camera’s in Engeland, die het winkelend publiek in de gaten houden, door HD-camera’s vervangen. Die zien het allemaal zò goed dat gezichten tot op een halve kilometer herkenbaar zijn. Er komen geen mensen meer aan te pas: de software pikt jouw boeventronie er zonder moeite uit, mits je natuurlijk al een fotootje hebt in de database van de politie. Die kans is echter zeer ruim “ook al heb je niks te verbergen”.
One nation under CCTV“, zoals de slogan van de privacybeweging luidt. Het is ook ons voorland.

 

Levendige zombie

Stemcomputer, de zombie die maar niet dood wil

Gepubliceerd: Donderdag 30 augustus 2012 in Webwereld

Auteur: Arjen Kamphuis

Steeds weer komen er voorstellen om de stemcomputer weer in te voeren. Maar dat gaat regelrecht in tegen de fundamentele principes van de democratie, betoogt Arjen Kamphuis.

Terwijl stemcomputers in Nederland al vier jaar verboden zijn, blijken fundamentele misverstanden over de kern van het probleem rond stemcomputers te blijven bestaan. Afgelopen maand deden de VVD en D66 wederom voorstellen om elektronisch stemmen in Nederland weer in te voeren. Eerder dit jaar riep ook het Nederlands Genootschap van Burgemeesters op tot herinvoering (opmerkingen over niet-gekozen bestuurders die zich bemoeien met het kiesproces in de comments graag).

De vele knullige security problemen (video) of de afwezigheid van de broncode van de software (in het geval van Nedap en SDU stemcomputers) zijn weliswaar prima aanleidingen geweest om het onderwerp via de media op de politieke agenda te krijgen, maar deze zaken zijn niet de kern van het probleem. En hoewel het dossier stemcomputer op het Ministerie van Binnenlandse zaken inmiddels een fel fluoriserende ‘radioactief, niet aankomen!’-sticker heeft, blijft het risico bestaan dat lagere overheden of leveranciers blijven denken dat stemmen per computer best kan ‘als we maar even die bugjes oplossen’.

De werkelijke bezwaren zijn veel fundamenteler en hebben weinig te maken met securitybugs of beschikbare broncode. Het gaat veel verder. Het gebruik van stemcomputers doet fundamentele democratische principes geweld aan. In het eerste jaar van de acties van de werkgroep wijvertrouwenstemcomputersniet.nl werd vaak geroepen door overheid en leveranciers dat men niet zo wantrouwend moest zijn. Nederland was tenslotte een net land en de suggestie dat iemand fraude zou plegen met zo iets fundamenteels als verkiezingen werd als ridicuul van de hand gedaan. Het was simpelweg ondenkbaar en verdere discussie of verantwoording erover was derhalve niet noodzakelijk.

Deze houding laat een fundamenteel misverstand zien over de essentie van democratie. Democratie is namelijk geen kwestie van vertrouwen, maar juist van georganiseerd wantrouwen. Door schade en schande hebben we de afgelopen paar duizend jaar geleerd dat macht veel te gevaarlijk is om zomaar aan een klein groepje mensen te geven zonder stevige waarborgen over het gebruik ervan. Een verlichte dictator lijkt weliswaar een efficiënte regeringsvorm, maar hoe hou je de dictator verlicht als deze mens, met de gebruikelijke zwakheden, eenmaal op het pluche zit?

Het systeem dat de plaats van een dictator heeft ingenomen is verre van perfect en wordt geplaagd door traagheid en focus op media-geile onderwerpen, maar iets beters hebben we gewoon nog niet bedacht (wellicht wordt Liquid Feedback van de Piratenpartij ooit werkbaar op grote schaal). Maar in ieder geval is het in een democratie vrij moeilijk om in het geheim grote beslissingen te nemen zonder brede goedkeuring. En daar is het dus om begonnen, een koning of president kan niet zo maar op eigen houtje hele gekke dingen doen die het land te gronde richten of de fundamentele rechten van burgers schenden.

Het wantrouwen tegen macht en machthebbers kan dus niet worden opgelost door de broncode van een stemcomputer online te zetten, omdat burgers niet kunnen vaststellen of de gepubliceerde broncode daadwerkelijk draait op de specifieke stemcomputer op de basisschool in hun buurt. Nog belangrijker is het feit dat 99,99% van de bevolking geen code-audits kan doen. En daarmee komt het dan toch weer neer op het moeten vertrouwen van een heel klein groepje technische experts. En het vertrouwen van een heel klein groepje (welk groepje dan ook!) is nu juist precies wat we niet meer wilden. Als we kleine groepjes technici gaan vertrouwen, kunnen we net zo goed het parlement samenstellen op basis van een steekproef van een onderzoeksbureau. Dat scheelt een heleboel tijd en papier en er is vast wel een leuke Tv-avond om heen te bouwen.

Vaak is ook gezegd dat er met papieren stembiljetten ook gefraudeerd kan worden, waarbij bijvoorbeeld verkiezingen in Zimbabwe naar voren worden geschoven. Belangrijk aspect is hier echter niet de mogelijkheid van fraude, maar de detecteerbaarheid ervan. Effectieve, en dus grootschalige, fraude met een papieren stemsysteem is onmogelijk geheim te houden (daarom weten we ook dat er in Zimbabwe gefraudeerd is) en dat maakt het mogelijk om in te grijpen als kleine groepjes het systeem proberen te misbruiken. Fraude met stemcomputers is in de meeste gevallen onmogelijk om achteraf aan te tonen. De geheugens zijn dan gewist en er zijn geen biljetten om nog eens te hertellen. Dit laatste bleek nog eens pijnlijk bij een lokale verkiezing waar het aspirant-gemeenteraadslid ook bediener van de stemcomputer was. In het stemlokaal waar hij aanwezig was kreeg hij onwaarschijnlijk veel meer stemmen dan in alle andere locaties in de gemeente. Toch kon het OM geen zaak rond krijgen tegen deze mogelijke fraudeur wegens gebrek aan bewijs. De man kan door dit gebrek aan bewijs echter zijn eventuele onschuld ook nooit meer overtuigend aantonen.

Zelfs bij elektronisch stemmen met een geprint stembiljet (een z.g. ‘papertrail’) kan twijfel ontstaan over de uitslag en het aanvragen van een hertelling van een paper-trail wordt ook meteen een politieke issue (winnaars zijn tegen, verliezers voor). Op welk moment gaan we papertrails hertellen? Welke steekproef is goed genoeg voor de verliezer? Hoe bepalen we dat er reden is om te twijfelen aan de elektronische uitslag? De aanname is toch juist dat de computer goed telt? Er zal dus een bestuurlijke en politieke drempel zijn om überhaupt zo’n hertelling aan te vragen. Dit gecombineerd met het feit dat het bepalen van een ‘winnende’ coalitie in Nederland onder de waarnemingsdrempel van een peiling ligt maakt het aantrekkelijk om stemcomputers te manipuleren. Wat is het waard om de verkiezingsuitslag van de 20ste economie op de planeet te bepalen?

Ondanks kleine incidenten heeft bij het papieren stemproces in Nederland de integriteit nimmer ter discussie gestaan. Bij de vorige generatie stemcomputers moesten, na enig aandringen van externe experts, zelfs Binnenlandse Zaken en TNO toegeven dat deze niet compatibel waren (of ooit waren geweest) met de Nederlandse kieswet. TNO had zelf een geheim toetsings-protocol dat de integriteit van het systeem helemaal niet onderzocht. Zowel de verantwoordelijke ambtenaren als de ‘experts’ van TNO waren simpelweg niet competent om adequaat met dit vraagstuk om te gaan. Het OV-chip-, EPD- en Diginotar-drama waren herhalingen van dergelijk onvermogen. Geen inzicht, geen adequate toetsingskaders, geen inhoudelijk toezicht. En niemand is verantwoordelijk als het fout gaat.

Na afschaffing van de stemcomputers is er geen enkele ambtenaar of TNO-medewerkers ontslagen wegens het verzaken van hun taak en er is dus weinig vertrouwen bij de externe experts dat men nu wel competent is om adequate beoordelingen te maken over een andere technische ‘oplossing’.

Er moet voorkomen worden dat er een situatie ontstaat waarin de integriteit van het proces zelf ter discussie komt te staan, en daarmee de legitimiteit van de uitslag. Het onderscheid is dus de detecteerbaarheid van fraude, niet de (on)mogelijkheid ervan. Stemcomputers lossen geen ernstige problemen op, zijn duurder in gebruik dan papier en ondermijnen de legitimiteit van democratische regeringen. En zoals Churchill al zei: ‘Democracy is the worst form of government, except for all those other forms that have been tried from time to time.’