Kwijt

Etymologie, verklaring van de oorsprong van woorden en woordgeschiedenis, is wonderlijk en vol vreugde.

Zag ik in een paar dagen op verschillende plekken – bij een benzinestation, aan een verkeersbord geprikt, in een weiland – losse schoenen in meer of minder staat van ontbinding. Kon het niet laten er foto’s van te maken.
Zocht naar een geschikte verzameltitel voor samen met andere plaatjes die ik in de loop van de tijd verzamelde. Verloren? Zoek? Weg? Eenzaam? Allemaal afgekeurd. Toch waren al die schoenen kwijtgeraakt.
Kwijt. Dat klinkt alvast goed.

De eerste observatie over een gemeenschappelijke grondslag van moderne (en van dode) Europese en Indiase talen dateert al van het eind van de achttiende eeuw. Honderd jaar later -rond 1880- zagen de eerste proeven van die gereconstrueerde oertaal, het Indo-Europees, een wetenschappelijk licht. De jongste decennia hebben automatisering en nieuwe linguïstieke inzichten geresulteerd in verfijning en uitdijende reconstructie van het Proto Indo Europees.
Meestal wordt een stamwoord onderscheiden, en kan het huidig woord tot daar herleid.
Zie de afbeelding hierboven. In het Nederlands klinkt het ongeveer zoals het er staat, als “kwei”. Die stam betekent zoveel als rusten, stil liggen. Aha!

De stam vond zijn weg naar het Latijn, al zo veelvuldig de vorm van de woorden waarmee wij elke dag onze wereld determineren.
In Rome zullen ze gezegd hebben “quietus” en uitdrukken ‘rustig, vrij van’. Van Italië naar Frankrijk is niet zo’n grote stap: quitte zijn: niet schuldig, ja, vrij van. Zo werkt zo’n klank zich een weg naar het noorden en naar het westen, om in de lagen landen het huidig kwijt te geven: vrij, verloren hebbend. Een schoen bijvoorbeeld. En aan de overzijde van de Noordzee? Juist: “quiet”, het engelse rustig, maar ook quit, weggaan.