Bonus

De art-director én de copywriter van het reclamebureau hebben nu wel, aan het eind van het jaar, een mooie bonus verdiend. Kom, we doen iets met tegeltjeswijsheid, “maar dan anders”.

 

Kromsabel

»Was ich mich voorstellte damals und was mir späterhin im Traum oft noch erschienen ist, das war ein großer fremder Mensch, der eine hohe runde Mütze aus Krimmerpelz tief in seiner Stirn sitzen hatte und der gekleidet war in einen weiten braunen Mantel, zusammengehalten von einem mächtigen, an das Geschirr eines Pferdes erinnernden Riemenzeug. Auf dem Schoß liegen hatte er einen gebogenen kurzen Säbel mit mattleuchtenden Scheide. Die Füße staken in gespornten Schaftstiefeln. Ein Fuß war auf eine umgestürtzte Weinflasche gestellt, der andere auf dem Boden war etwas aufgerichtet und mit Ferse und Sporn ins Holz gerammt. Immer wieder hat mir geträumt und träumt es mir gelegentlich heut noch, wie dieser fremde Mensch seine Hand ausstreckt nach mir und wie ich, aller meine Furcht zum Trotz, näher und näher mich heranwage an ihn, so nah, bis ich ihn schließlich anlangen kann. Und jedes mal habe ich dann von der Berürhrung staubig, ja schwarz gewordenen Finger meinen Rechten wie das Zeichen für ein durch nichts auf der Welt mehr auszugleichendes Unglück vor Augen.«

uit: W.G. Sebald – Geschwindel. Gefühle. Frankfurt am Main, Fischer, 1994; 8e druk, augustus 2013 [pp. 249/250]

 

Eng!

 

 

 

 

 

van 1Limburg•nl  ~ geplaatst op dinsdag 8 augustus 2017 – 6:37

Hulpdiensten rukken massaal uit voor enge droom

De hulpdiensten zijn dinsdagochtend massaal uitgerukt voor een melding van een woningbrand in Posterholt.
De alarmcentrale werd rond 5:50 uur gewaarschuwd voor de brand in een woning aan de Eijkerstraat in Posterholt.

Enge droom
Drie politiewagens, een ambulance en een brandweerwagen rukten uit om hulp te verlenen. Eenmaal ter plaatse bleek het slechts om een enge droom te gaan. De bewoner had in paniek 112 gebeld, omdat hij dacht dat zijn keuken in brand stond.
De hulpdiensten konden onverrichte zake huiswaarts keren.

 

 

A dream

A woman, waiting for a divorce hearing, finds herself on the banks of a quick little stream, very English, overhung by trees, with sun and shadow chasing each other along it, and a breeze, too, stirring the leaves and the water. She is walking in a meadow in long grasses, by this stream, wearing her engagement ring, which is a row of alternating blue and white stones, sapphires and moonstones. The clasps of the setting spring open and the stones of the ring fall and roll in the grass, blue and white stones rolling everywhere, tiny and glittering, more than the ring ever contained. She tries to gather them up: they slip like drops of water through her fingers and bounce, as tears bounce when wept with great force. The dreamer, who is not the woman now, “sees” the woman’s face with empty eyeholes like the empty sockets of the ring, and blue and white stony tears pouring down her cheeks. In the river, hidden under the bank, are “water-babies” wrapped like caddis-grubs in shreds of old leaves and broken snail shells, glued into a housing; they peer out, they hang in the current which rushes and bubbles past them but does not detach them. The tears and stones trickle into the river and melt like waterdrops on water. – from: A.S. Byatt – Babel Tower

 

 

Of, op naar Mars

Captain SKA

Insomia

Eén nacht komt als zegen

Als een wrede minnaar, of een berouwvolle minnares
Geen-Slaap eist mijn rusteloze aandacht

Geen-Slaap wil me ‘t liefste bloot –
een duistere projector van het

op- en afspoelen van de filmrol van mijn gedachten.
Een oude gespikkelde film die ik niet kan afzetten –

liefdes, en verlies, stralen als sterren, tv-opnamen,
zachte tranen, verschrikkingen, gesmoorde lachjes.

Dan komt één nacht als een zegen.
Gevleugeld bezoek dat mijn falen ziet.

Wie me nu nog zou willen, ik zwem
naar mijn Huis van Dromen

Laat niemand deze vrede verstoren.
Laat niemand aan mij schudden

zelfs niet aan de takken van mijn nachtmerries.
Eens de morgen daar, ben ik herboren

Een frisse Eva – stapt uit de schaduw van de rib
klaar om in het pandemonium van alledag te stappen.

-*-*-*-*-*-

One Night Comes Like a Blessing

Like a cruel lover or spiteful mistress
No-sleep demands my restless attentiveness.

No-sleep prefers me stripped –
a dark projectionist

winding and unwinding the reel of my thoughts.
An old grained movie I can’t switch off a

starring of loves and loss, TV footage,
soft tears, mortifications, smothered laughs.

Then, one night comes like a blessing.
A visitation of wings that sees me falling.

Whoever wants me now, I am swimming
towards my House of Dreams.

Let no one disturb this peace.
Let no one shake me

even from the branches of nightmares.
Come morning I am reborn again –

a fresh-faced Eve – emerging from the rib’s shadow –
ready to meet the daily pandemonium of living.

Grace Nichols
uit de bundel Insomnia Poems.

 

Niks te verbergen

Deze week tien jaar geleden publiceerde de Amerikaanse hoogleraar privacyrecht Daniel Solove, van George Washington University Law School zijn essay ‘Ik heb niks te verbergen en Andere Misverstanden over Privacy’. Het werd sindsdien een half miljoen keer geraadpleegd. ‘Ik heb niks te verbergen’ kwalificeerde Solove als een ‘frame’ waarin privacy ten onrechte wordt vereenzelvigd met de behoefte aan geheimzinnigheid van bedenkelijke types die ruimte voor illegale of immorele zaken willen houden. Hij ziet privacy als een paraplubegrip dat de gehele verhouding tussen burger en staat omvat. En dat niet zozeer de metafoor van George Orwells surveillance-staat belangrijk is, maar dat we vooral op de bureaucratische staat uit Kafka’s roman Het Proces moeten gaan letten. De alwetende staat die beslissingen neemt over burgers op basis van informatie waar de burger geen grip op heeft. Niet meer over hoe en waar het verzameld wordt, hoe lang het wordt bewaard, waarvoor het wordt benut en welke conclusies er uit worden getrokken.

citaat uit de column van Folkert Jensma in NRC Handelsblad,  4 maart 2017.

Het hele artikel hier. 

 

Een vrouw die sprak en liep

Ik droomde en zag een vrouw die sprak en liep
En als een wakende haar arbeid deed;
Doch als men in den droom de dingen weet,
Zoo wist ik vast en zeker, dat ze sliep.

En ’k vroeg mij, of ik uit een slaap zoo diep
En vreemd de vrouw moest wekken met een kreet?
Of wachten tot een prins ze ontwaken deed,
Die met een kus de slaapster wakker riep?

’k Ontwaakte en schreide als om verzuimden plicht,
In angst, dat zij haar dag verslapen zou
En eerst ontwaken als het gouden licht
Verbleekte tot het kille avondgrauw….
Doch wat was mij het lot dier jonge vrouw?
En wat bedroefde ’k me om een droomgezicht?

Jacqueline van der Waals (1868-1922)

 

Windstil

Windstil

Ik droomde bijna dat ik sliep
en door een wijde polderweide liep
en in de stille lentehitte
zag ik de doodstil staande witte
schermbloemen langs de sloot,
want er was geen wind
en boven de dijk de witte
slappe zeilen van een boot,
ze gleden zoals de IJssel stroomde
want er was geen wind
waar ik van droomde
en over het dijkpad reden
fietsers want ik hoorde het grind
van tachtig jaar geleden
en verder niets

Leo Vroman (1915-2014)
uit: Daar (2011)